ECLI:NL:RVS:2025:5624
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau legde op 23 september 2021 een last onder dwangsom op aan appellant wegens permanente bewoning van een recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied 2008". Appellant was ingeschreven op het adres van de recreatiewoning en er waren diverse controles die bewoning bevestigden. Het college verlengde de begunstigingstermijn meerdere malen, maar constateerde dat appellant na afloop daarvan nog steeds permanent verbleef in de recreatiewoning en legde een dwangsom op.
Appellant voerde aan dat handhavend optreden onevenredig was vanwege bijzondere omstandigheden, concreet zicht op legalisatie, strijd met het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en een oneerlijk proces. De rechtbank verwierp deze gronden en de Afdeling bestuursrechtspraak onderschreef dit oordeel. Het college had voldoende bewijs van permanente bewoning, waaronder controlerapporten, slagboomgegevens en gasverbruik.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving, dat er geen concreet zicht op legalisatie was, dat het college niet willekeurig handelde en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. Ook werd het beroep op een eerlijk proces verworpen. De invordering van de dwangsom werd bevestigd omdat appellant de last niet voor het verstrijken van de begunstigingstermijn had uitgevoerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen permanente bewoning wordt bevestigd.