ECLI:NL:RBOVE:2026:538
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor resterende kosten orthodontische behandeling
Eisers, wonende te een woonplaats en ontvangers van een bijstandsuitkering, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo om bijzondere bijstand af te wijzen voor het restant van de kosten van een beugel voor hun dochter.
De dochter viel onder een aanvullende zorgverzekering die een vergoeding van € 2000,- voor orthodontie biedt. Eisers vroegen bijzondere bijstand voor het verschil van € 941,97 tussen de totale kosten en de vergoeding. Het college wees dit af omdat de Zorgverzekeringswet als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt en er geen zeer dringende redenen waren om hiervan af te wijken.
Eisers stelden dat het niet verlenen van bijstand ernstige gezondheidsgevolgen kan hebben, verwijzend naar recente jurisprudentie over het begrip zeer dringende redenen. De rechtbank oordeelde echter dat eisers onvoldoende objectief hebben onderbouwd dat het achterwege laten van de behandeling een acute noodsituatie zou opleveren.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het college terecht de aanvraag heeft afgewezen. Eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor resterende orthodontiekosten wordt ongegrond verklaard.