Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente, verweerder.
[woonplaats]uit [woonplaats] (hierna: de omwonenden) (gemachtigde: mr. H.B.M. Bosman).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Hij stelt dat de buren op de percelen aan de [adres 3] 5, [adres 5] en [adres 6] een veel grotere aarden wal van 4 tot 6 m hoog hebben laten aanleggen. Dat dit om een geluidswal gaat, doet daar volgens [eiser] niet aan af. Bovendien wordt volgens hem niet voldaan aan de voorwaarden voor een geluidswal en is de wal aangelegd in afwijking van de vergunning.
Daarnaast wijst [eiser] op de aarden wallen die zijn aangelegd op percelen aan de [adres 8] en de [adres 9] .
Ook voert [eiser] aan dat de afgelopen tien jaar op een perceel aan de [adres 7] meer dan 30.000 m² agrarische grond met waarden zonder enige vergunning is afgegraven en dat daar onder meer diverse vijvers zijn gerealiseerd. [eiser] stelt dat de vijvers in dat geval – na een verzoek om handhaving – zijn vergund onder de noemer “waterpartij”.
Verder voert [eiser] aan dat aan de [adres 9] in het verleden drie nieuwe woningen zijn vergund in het kader van “rood voor rood” en dat nu op dit adres nog een vierde woning is vergund op een nieuw gevormd bouwblok midden in een weiland.
Tot slot voert [eiser] ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel aan dat aan de [adres 4] een bijgebouw is gebouwd dat hoger is dan 5 m en groter is dan 100 m². [eiser] stelt dat hij het college heeft verzocht om daartegen handhavend op te treden, maar dat het college dit heeft geweigerd.