3.5.De overige wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. [eiseres] heeft op 8 maart 2024 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vergroten van haar woning door middel van een nokverlegging. Bij deze aanvraag heeft [eiseres] bouwtekeningen ingediend van 27 februari 2024. Op deze bouwtekeningen staat dat de goot- en bouwhoogte na de nokverlegging 8.415 millimeter (hierna: mm) respectievelijk 8.990 mm zullen zijn.
5. Met het besluit van 5 december 2024 heeft het college de aanvraag van [eiseres] afgewezen. Het college heeft geconstateerd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, omdat de maximale goot- en bouwhoogte worden overschreden. Verder heeft het college geconstateerd dat geen toepassing kan worden gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid die is neergelegd in artikel 15.4.1, aanhef en onder b, van de planregels, omdat de maximale goothoogte met meer dan 1 meter wordt overschreden. Het college is niet bereid om af te wijken van het bestemmingsplan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, in de zin van artikel 5.1, eerste lid, onder a, en de bijlage bij artikel 1.1 van de Ow, omdat het bouwplan niet past in het stedenbouwkundig beeld en daardoor in strijd is met een evenredige toedeling van functies aan locaties.
6. Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van [eiseres] tegen het besluit van 5 december 2024 ongegrond verklaard en is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, onder aanvulling van de motivering.
Heeft het college beslistermijnen overschreden?
7. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgrond van [eiseres] dat het college de beslistermijn heeft overschreden niet kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Het college heeft erkend dat het niet tijdig heeft beslist op de aanvraag. Dit heeft echter geen rechtsgevolgen. Het overschrijden van de termijn om op een aanvraag te beslissen leidt onder de Ow niet langer tot het van rechtswege verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat het college binnen twee weken na de door [eiseres] op 25 november 2024 ingediende ingebrekestelling een besluit op de aanvraag heeft genomen. [eiseres] heeft het college op 11 april 2025 ook een ingebrekestelling toegestuurd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Het college had de dag daarvoor echter al een besluit op bezwaar genomen en dit per e-mail aan [eiseres] toegestuurd. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet.
Is het college uitgegaan van de juiste maatvoering?
8. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat het college niet is uitgegaan van de juiste maatvoering. Zij voert aan dat de oorspronkelijke bouwtekeningen niet bleken te kloppen en dat de werkelijke hoogte lager is. Volgens [eiseres] is haar woning nu 7.480 mm hoog en wordt deze door de nokverlegging maximaal 8.400 mm hoog. Zij verwijst naar de nieuwe bouwtekeningen die zij heeft ingediend in de bezwaarfase.
9. Het college voert aan dat het in zijn besluitvorming in de eerste plaats is uitgegaan van de bouwtekeningen die zijn gevoegd bij de aanvraag van 8 maart 2024. Uit deze tekeningen blijkt dat de aangevraagde goothoogte ongeveer 8.415 mm is en de aangevraagde bouwhoogte 8.990 mm. Dit is hoger dan de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte. Het college heeft in de bezwaarfase ook de aangepaste bouwtekeningen beoordeeld. Het heeft daarbij geconstateerd dat op de nieuwe bouwtekeningen weliswaar een minder grote goot- en bouwhoogte staan, maar dat ook als daarvan wordt uitgegaan nog steeds sprake is van een overschrijding van de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte.
10. De rechtbank oordeelt dat de in de bezwaarfase ingediende bouwtekeningen leiden tot een wijziging van de aanvraag van ondergeschikte aard en dat het college deze terecht heeft betrokken in de heroverweging in bezwaar. Zij legt dit hierna uit.