ECLI:NL:RBOVE:2026:2037
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering en boete na aantreffen hennepplantage
Eiser ontving sinds 2002 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Op 8 september 2022 werd in zijn woning een hennepplantage aangetroffen, waarna een strafrechtelijk onderzoek volgde. Eiser werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal van stroom over de periode 21 april 2022 tot en met 30 juni 2022.
Het UWV besloot daarop de WAO-uitkering over die periode terug te vorderen, een bedrag van € 3.571,58, en legde een boete van € 756,69 op wegens het niet melden van inkomsten uit de hennepplantage. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat hij geen inkomsten had genoten omdat de plantage twee weken voor de oogst werd ontdekt en dat het UWV de bewijslast verkeerd had toegepast.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aan haar bewijslast heeft voldaan. De aanwezigheid van de hennepplantage rechtvaardigt de veronderstelling dat eiser inkomsten heeft genoten, en het is aan eiser om dit te weerleggen met overtuigend bewijs, wat niet is gebeurd. De verklaring van eiser over het ontbreken van oogst is onvoldoende onderbouwd en wordt tegengesproken door de bevindingen. De boete is passend, mede gezien de verminderd verwijtbaarheid van eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en de opgelegde boete en verklaart het beroep ongegrond.