Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Appellant stond, ten tijde van belang, ingeschreven op het adres [adres] in [plaatsnaam] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2005 een Wajong-uitkering en er werd in zijn woning een hennepkwekerij aangetroffen. Op basis van politierapporten en een rapport van Enexis concludeerde het Uwv dat appellant tussen mei en december 2018 inkomsten had uit hennepteelt van € 13.595,07. Het Uwv kortte daarop de uitkering en vorderde € 8.858,64 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het Uwv mocht uitgaan van de onderzoeksrapporten en de redelijke schatting van de inkomsten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en hij geen hennepkwekerij exploiteerde, maar slaagde er niet in dit met objectieve en verifieerbare gegevens te onderbouwen.
De Raad oordeelt dat het Uwv terecht van de politierapporten en het Enexis-rapport is uitgegaan. De aanwezigheid van een hennepkwekerij rechtvaardigt de vooronderstelling dat appellant mede-eigenaar en exploitant was. Zonder overtuigend bewijs mocht het Uwv de inkomsten schattenderwijs vaststellen. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: De terugvordering van € 8.858,64 onverschuldigde Wajong-uitkering wegens inkomsten uit hennepteelt wordt bevestigd.