De Provincie Overijssel verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, manager Informatievoorziening en Digitalisering, op grond van verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsverhouding en cumulatiegrond. De werknemer was sinds 1 januari 2023 in dienst en had een leidinggevende functie over een team van circa 60 fte.
De Provincie stelde dat de werknemer onder meer ongewenst gedrag vertoonde, zoals het creëren van een onveilige werksfeer, onjuiste afspraken over verlofuren en het niet adequaat ingrijpen bij ongeschikte werkplekken. De werknemer betwistte deze verwijten en stelde dat het onderzoek van het externe bureau Strated onvoldoende onderbouwd was.
De kantonrechter oordeelde dat de verwijten onvoldoende concreet en onderbouwd waren om de arbeidsovereenkomst op de e-grond te ontbinden. Wel was de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord, waardoor ontbinding op de g-grond gerechtvaardigd was. Herplaatsing was niet mogelijk. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 mei 2026.
De werknemer kreeg een transitievergoeding van €10.387,00 bruto toegekend. Daarnaast werd een billijke vergoeding van €45.000,00 bruto toegekend wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, die onvoldoende oog had gehad voor de belangen van de werknemer en haar onvoldoende gelegenheid had geboden tot verbetering. De Provincie werd tevens veroordeeld tot het uitvoeren van aanvullende cao-voorzieningen en tot betaling van proceskosten.