ECLI:NL:RBOVE:2024:6972
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag aspirant agent wegens gebleken niet geschiktheid bevestigd
Eiseres was aangesteld als aspirant agent niveau 4 en volgde een politieopleiding. Tijdens de opleiding ontstonden problemen door haar houding, gedrag en communicatie, wat leidde tot een onwerkbare situatie. Ondanks een tweede kans en afspraken heeft zij zich niet aan de voorwaarden gehouden en is zij niet verschenen op belangrijke afspraken.
Eiseres voerde aan dat zij door long-covid ziek was en daardoor geen eerlijke kans had om haar geschiktheid te tonen. De rechtbank oordeelde dat het ontslag is verleend op grond van artikel 89, vierde lid, onder a, van het Barp, een lex specialis die geen ontslagverbod tijdens ziekte kent. De ziekte was pas later erkend en stond los van de reden voor ontslag.
De rechtbank concludeerde dat de korpschef in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat eiseres niet voldeed aan de geschiktheidseisen en dat het ontslag voldoende is gemotiveerd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het eervol ontslag wegens gebleken niet geschiktheid is ongegrond verklaard.