Uitspraak
30 december 2016, 16/2934 (aangevallen uitspraak)
mr. S.C.M.A. Gommans.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was tijdelijk aangesteld als aspirant politie en werd ontslagen op grond van artikel 89, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) vanwege ontoelaatbaar gedrag tijdens de carnavalsnacht van 6 op 7 februari 2016. Uit een mutatierapport bleek dat appellant meerdere agenten onheus bejegende en niet voldeed aan hun vorderingen, wat leidde tot het toepassen van een controletechniek.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, waarbij het nieuwe incident na het ontslag buiten beschouwing werd gelaten. De Raad oordeelt dat het mutatierapport een betrouwbare weergave is van het incident en dat de korpschef terecht heeft geoordeeld dat appellant niet de vereiste geschiktheid voor de dienst bezit.
De Raad vindt dat de korpschef niet onzorgvuldig heeft gehandeld door geen nader onderzoek te verrichten en dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad tot hoor en wederhoor. De weigering van appellant om aan vorderingen te voldoen en zijn gedrag rechtvaardigen het ontslag zonder verbeterkans. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslag van appellant als aspirant politie bevestigd.