Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.mr. [gedaagde 1] , notaris
2.
Mr. [gedaagde 2] , kandidaat-notaris
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of het testament van erflaatster van 23 mei 2022 nietig is wegens een geestelijke stoornis die haar wilsbekwaamheid zou hebben beïnvloed. Eiser vordert een verklaring voor recht dat dit testament nietig is, zodat de nalatenschap volgens het eerdere testament van 2017 wordt afgewikkeld, waarin hij en zijn echtgenote tot erfgenamen zijn benoemd.
De rechtbank heeft uitgebreid onderzocht of erflaatster op het moment van het opmaken van het testament haar belangen kon waarderen en haar wil kon bepalen. Hierbij is onder meer gekeken naar medische gegevens, de rol van de notaris, de curator en de kantonrechter die toestemming gaf voor de testamentwijziging. Hoewel erflaatster een WLZ-indicatie met ZZP-5 had en onder curatele was gesteld, blijkt uit de feiten en verklaringen dat zij consistent en duidelijk was over haar wensen en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij wilsonbekwaam was.
De notaris heeft meerdere gesprekken met erflaatster gevoerd en concludeerde dat zij wilsbekwaam was. De rechtbank acht dit oordeel overtuigend en wijst het beroep van eiser af. Ook de proceskosten worden aan eiser opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot nietigverklaring van het testament van 23 mei 2022 wordt afgewezen omdat erflaatster wilsbekwaam was.