ECLI:NL:RBOVE:2024:6188
Rechtbank Overijssel
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek bij weigering IVA-uitkering wegens post-covid klachten
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of (ex-)werkneemster met post-covid klachten recht heeft op een IVA-uitkering wegens volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Het UWV had een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn. De werkgever betwist dit en stelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de beperkingen niet duurzaam zijn.
De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2024 behandeld. Vanwege privacy is kennisneming van medische stukken beperkt tot de gemachtigde van eiseres. Uit het dossier blijkt dat (ex-)werkneemster volledig arbeidsongeschikt is, maar het geschil betreft de duurzaamheid daarvan. Het UWV baseert zich op rapporten van verzekeringsartsen die aangeven dat het ziektebeeld post-covid nog onvoldoende bekend is en dat herstelkansen onzeker zijn.
De rechtbank oordeelt dat het UWV het beoordelingskader voor duurzaamheid niet eenduidig toepast en dat de motivering onvoldoende concreet en deugdelijk is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geen concrete behandelmogelijkheden genoemd die tot herstel kunnen leiden. De rechtbank ziet daarom aanleiding het onderzoek te heropenen en het UWV te verplichten het motiveringsgebrek binnen acht weken te herstellen, waarna partijen kunnen reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het UWV het motiveringsgebrek in het besluit over de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid binnen acht weken te herstellen.