Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
vastegedragslijn is neergelegd.
Rechtbank Overijssel
Eiser, werkzaam als fysiotherapeut, ontving een voorschot op een WIA-uitkering over de periode 6 mei 2022 tot en met 30 september 2022. Het UWV vorderde dit voorschot van € 4.300,33 terug nadat het de WIA-uitkering had geweigerd en ook een WW-uitkering werd afgewezen. Eiser voerde aan dat de terugvordering niet in overeenstemming was met het beleid zoals neergelegd in de Kamerbrief van 30 augustus 2021, waarin een generieke kwijtschelding van WIA-voorschotten wordt aangekondigd voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2022.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de terugvordering niet kon baseren op het door haar overgelegde interne afwegingskader, omdat dit niet als beleidsregel is gepubliceerd en daardoor niet rechtsgeldig is. Het UWV had het beleid uit de Kamerbrief moeten toepassen, dat kwijtschelding voorschrijft voor mensen zoals eiser die niet zelf debet zijn aan de terugvordering. De rechtbank stelt vast dat eiser niet verantwoordelijk is voor de terugvordering, mede omdat hij slechts een schatting van zijn inkomsten kon geven en de situatie mede veroorzaakt is door vertragingen bij het UWV.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het terugvorderingsbesluit en scheldt de terugvordering van € 4.300,33 kwijt. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en benadrukt dat het UWV het rechtszekerheidsbeginsel heeft geschonden door niet tijdig te beslissen en onvoldoende gemotiveerd te handelen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en scheldt de terugvordering van € 4.300,33 WIA-voorschot kwijt.