Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
subsidiair
3.De voorvragen
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het uitgeoefende bedrijf;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikking of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
op een of meer verschillende tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 31 januari 2020 tot en met 22 juli 2020
, te Apeldoorn en/of Blaricum Almere en/of Amstelveen en/of ‘t Harde althansin Nederland
, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), en/of alleen,(telkens) opzettelijk
(een
)bij de Belastingwet voorziene aangifte
(n),als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten
(een) (digitale
)aangifte
(n
)voor de omzetbelasting ten name van [verdacht bedrijf] B.V. over het:
/of
)onjuist en/of onvolledig heeft
/hebbengedaan
, en/of heeft/hebben laten doen, immers heeft [verdacht bedrijf] B.V.
(telkens) op
/inde
/hetingeleverde/ingediende aangifte
(n
) een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of een onjuist bedrag voor in aftrek in aanmerking komende omzetbelasting en/ofeen onjuist bedrag aan voorbelasting opgegeven
en/of doen/laten opgeven, terwijl dat feit
/die feitener
(telkens
)toe strekte
(n
)dat te weinig belasting wordt geheven;
op een of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 31 augustus 2020 tot en met 17 maart 2021
, te Almere en/of Amstelveen en/of Blaricum en/of Apeldoorn en/of ‘t Harde, althansin Nederland
, tezamen en in vereniging met een) ander(en) en/of alleen,(telkens) als
/metdegene
(n)die ingevolge de Belastingwet verplicht was
/warentot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, deze boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of de inhoud daarvan (telkens) opzettelijk niet voor raadpleging beschikbaar heeft
/hebbengesteld
en/of doen/laten stellen, immers
,is aan [verdacht bedrijf] B.V. (ten behoeve van een onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de ingediende aangiften Omzetbelasting) door
(een)ambtena
(a)r
(en
)van de Belastingdienst
)(meerdere keren) per
brief en/of pere-mail
en/of mondelingverzocht om de volledige administratie van de jaren 2019 en/of 2020 aan de Belastingdienst te verstrekken/voor raadpleging beschikbaar te stellen, aan welk verzoek [verdacht bedrijf] B.V. niet heeft
/hebbenvoldaan, terwijl dat
/diefeit
(en)(telkens) ertoe strekte
()n)dat te weinig belasting werd geheven.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
een geldboete van € 7.000,-- (zevenduizend euro);
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
mr. D. van den Berg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Broeks, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2023.