ECLI:NL:RBOVE:2022:554
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens impasse ondanks onterechte boventalligverklaring
Eiser was sinds 2000 in dienst bij de Stadsbank Oost Nederland en werd in 2008 directeur. Na een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) die eiser volledig rehabiliteerde, verklaarde verweerder eiser per 1 januari 2018 boventallig zonder dat sprake was van een reorganisatie. De rechtbank oordeelt dat deze boventalligverklaring onterecht was en vernietigt het besluit.
Desondanks was er een impasse ontstaan in de arbeidsrelatie, waardoor voortzetting redelijkerwijs niet van verweerder kon worden verlangd. Verweerder mocht daarom op grond van artikel 8:8 van Pro de Enschedese Arbeidsvoorwaardenregeling (EAR) het dienstverband beëindigen. De rechtbank kent een ontslagvergoeding toe van €242.000, hoger dan de gebruikelijke CRvB-formule, vanwege de lange voorgeschiedenis en het overwegend aandeel van verweerder in het ontstaan van de situatie.
Verder wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding ex artikel 8:88 Awb Pro af en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De rechtbank benadrukt dat verweerder naliet te communiceren over de situatie van eiser, wat nadelig was voor diens positie. De uitspraak bevestigt dat ontslag op grond van een impasse mogelijk is, ook zonder reorganisatie, mits zorgvuldig gemotiveerd.
Uitkomst: Ontslag op grond van impasse is gerechtvaardigd en ontslagvergoeding van €242.000 toegekend, boventalligverklaring onterecht verklaard.