Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. C.C.M. Poland, en van wat door verdachte en haar raadsman mr. A. de Haan, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
- enig goed, te weten één of meerdere geldbedrag(en), aan de boedel heeft onttrokken en/of; - (telkens) niet voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, immers heeft zij en/of één of meerdere medeverdachten,
3.De voorvragen
drie jaar tijd is opgelopen tot € 568.314,00. Op de jaarrekeningen staan geen schulden met een looptijd van langer dan één jaar en de schulden met een looptijd korter dan één jaar bedragen per 31 december 2014 € 58.601,00. [50] Op het moment van deponering waren aan de BV aanslagen vennootschapsbelasting van totaal € 325.333,00 opgelegd. [51] Deze aanslagen zijn echter niet opgenomen als schuld op de balansen die zijn gedeponeerd bij de KvK. Per saldo is op de jaarrekening van 2012 € 63.252,00, op de jaarrekening van 2013 € 225.663,00 en de jaarrekening van 2014 € 325.337,00 te weinig aan schuld opgenomen. [52] Door het niet opnemen van de belastingaanslagen is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen (solvabiliteit) niet juist en is de solvabiliteit op papier beter dan in werkelijkheid het geval was.
‘een soepzooi’en dat zij tevergeefs heeft geprobeerd om een betalingsregeling met de Belastingdienst te treffen. [57] Verdachte heeft verklaard dat de jaarrekeningen te laat zijn opgemaakt; pas na het overleg met de Belastingdienst. De medewerkster van de Belastingdienst had haar erop geattendeerd dat de jaarrekeningen nog niet gedeponeerd waren. Zij weet niet meer hoe de jaarrekeningen zijn vastgesteld. [58]
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, waaraan zij feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;
medeplegen van het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware staat en een onware balans, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, waaraan zij feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;
medeplegen van het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware staat en een onware balans, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie)
maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen.