Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
2.De standpunten van de veroordeelde en de officier van justitie
3.De ontvankelijkheid
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond;
celmateriaalvan de veroordeelde terstond wordt
vernietigd.
Rechtbank Overijssel
De veroordeelde, veroordeeld in 2005 voor afpersing, maakte bezwaar tegen het in 2020 gegeven bevel tot afname en verwerking van zijn DNA-profiel. Hij stelde dat het incident lang geleden was, hij sindsdien geen strafbare feiten had gepleegd en dat het onderzoek onnodige stress veroorzaakte.
De officier van justitie voerde aan dat het bevel rechtmatig was en dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geen termijn voorschrijft voor afname, waarbij het maatschappelijk belang voor opsporing zwaarder weegt dan persoonlijke belangen.
De raadkamer oordeelde dat hoewel formeel aan de voorwaarden was voldaan, het grote tijdsverloop sinds de veroordeling en het ontbreken van recidive een redelijk belang voor DNA-onderzoek ontbraken. Daarom werd het bezwaarschrift gegrond verklaard en werd vernietiging van het celmateriaal bevolen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is gegrond verklaard en het celmateriaal van de veroordeelde moet worden vernietigd.