ECLI:NL:RBOVE:2019:316
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag belastingdienstmedewerkster wegens ernstig plichtsverzuim bij fiscale aangiften
Eiseres was sinds 1983 werkzaam bij de Belastingdienst en werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim betrof onjuiste fiscale aangiften over een reeks van jaren, waarbij rente en kosten eigen woning onterecht werden afgetrokken, mede door het gebruik van hypotheekleningen voor aandelenportefeuilles.
De Belastingdienst stelde dat eiseres als fiscale partner medeverantwoordelijk was voor de juiste aangiften en dat zij een hoge mate van zorgvuldigheid had moeten betrachten. Eiseres had zich onvoldoende bemoeid met de aangiften en had de fiscale transacties niet als alledaags kunnen beschouwen. De rechtbank oordeelde dat het gedrag van eiseres niet te vergelijken was met een onbewuste fout en dat de opgelegde sanctie proportioneel was.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres tegen het ontslag en de inhouding van een derde van haar bezoldiging tijdens schorsing. Er was geen sprake van onoverkomelijke financiële problemen door de inhouding. De rechtbank bevestigde dat de disciplinaire straf passend was gelet op de ernst van het plichtsverzuim en de integriteitseisen voor ambtenaren van de Belastingdienst.
Uitkomst: Het beroep tegen het onvoorwaardelijk ontslag en de inhouding van bezoldiging is ongegrond verklaard.