ECLI:NL:RBOVE:2019:1663
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op huishoudelijke ondersteuning van 3 uur en 45 minuten per week bevestigd
Eiseres, met meerdere lichamelijke aandoeningen, maakte bezwaar tegen een beleidswijziging die haar huishoudelijke hulp verminderde van 3 uur en 45 minuten naar uiteindelijk 2 uur en 20 minuten per week. Het college van burgemeester en wethouders van Almelo had de indicatie gebaseerd op een KPMG- en HHM-rapport, waarbij de feitelijke invulling van de hulp bij de zorgaanbieder was gelegd.
De rechtbank oordeelt dat het college op grond van de Wmo 2015 bevoegd is beleidsregels vast te stellen, maar dat deze regels niet willekeurig mogen zijn en moeten steunen op objectief, onafhankelijk onderzoek. Hoewel het beleid aansluiting zocht bij het HHM-rapport, ontbreekt een concrete indicatie van de benodigde tijd in de beleidsregels, waardoor de feitelijke invulling bij de zorgaanbieder ligt en niet bij het college.
De rechtbank stelt vast dat dit niet voldoet aan de voorwaarden van de Centrale Raad van Beroep, die vereist dat het college de aanspraken voldoende concretiseert. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. De rechtbank bepaalt zelf dat eiseres recht heeft op 3 uur en 45 minuten huishoudelijke hulp per week.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter W.M.B. Elferink en griffier W. Veldman op 20 mei 2019 te Almelo.
Uitkomst: Eiseres krijgt recht op 3 uur en 45 minuten huishoudelijke hulp per week en het bestreden besluit wordt vernietigd.