Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
MAXX VASTGOED B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
Rechtbank Overijssel
De vader van een meerderjarige dochter vorderde terugbetaling van bemiddelingskosten die hij aan een makelaar had betaald in verband met een huurovereenkomst die zijn dochter was aangegaan. Hij stelde dat hij als lasthebber namens zijn dochter op eigen naam de vordering kon innen. De makelaar betwistte dit en stelde dat de overeenkomst met de dochter was gesloten, niet met de vader.
De rechtbank oordeelde dat de vader onvoldoende had gesteld en bewezen dat hij bevoegd was om namens zijn dochter op te treden. De stelling dat sprake was van lastgeving werd niet onderbouwd, en de overgelegde huurovereenkomst bevatte geen opdracht tot inning van de vordering. Ook het feit dat de vader de huurovereenkomst had getekend als wettelijk vertegenwoordiger tijdens minderjarigheid van de dochter bood geen grond voor zijn bevoegdheid na meerderjarigheid.
De rechtbank zag geen aanleiding tot bewijsopdracht en wees de vordering af. De vader werd veroordeeld in de proceskosten van de makelaar. Hiermee werd bevestigd dat terugvordering van de bemiddelingskosten niet mogelijk was zonder duidelijke lastgeving of opdracht van de rechthebbende.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van bemiddelingskosten wordt afgewezen wegens ontbreken lastgeving.