Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
PAVAST BEHEER B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Twello,
MAXEDA DIY GROUP B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
“het warenhuis, plaatselijk bekend Deventer aan de Brink 100, kadastraal bekend Gemeente Deventer sectie E nummer 11691”(hierna: het pand). De daartoe opgemaakte huurovereenkomst d.d. 29 december 1993 is mede ondertekend door Vendex.
3.Het geschil
4.Het standpunt van Pavast
Hansteen/Verwiel q.q.).
5.Het standpunt van Maxeda
6.De verdere beoordeling
Haviltex). Voorts volgt uit HR 20 februari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO1427,
DSM/Fox) dat bij de uitleg van een geschrift telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alsmede dat in praktisch opzicht vaak van groot belang is de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben. Verder komt bij de uitleg betekenis toe aan de aard van de transactie, de omvang en gedetailleerd-heid van de contractsbevestiging, de wijze van totstandkoming ervan - waarbij van belang is of partijen werden bijgestaan door (juridisch) deskundige raadslieden - en de overige bepalingen ervan (HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4909,
Derksen/Homburg, HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3178,
Meyer Europe/Pont Meyeren HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8101,
Lundiform/Mexx).
‘voor alle verplichtingen voor de huurder voortvloeiende uit de onderhavige huurovereenkomst, (…)’wijst op gehoudenheid ter zake van verplichtingen voor de huurder ontstaan tijdens de huurovereenkomst. Met andere woorden: het gaat om verplichtingen voor een nog bestaande huurder / partij bij een bestaande huurovereenkomst, waarvoor garant wordt gestaan en aansprakelijkheid wordt aanvaard. De zinssnede na de komma
‘zelfs nadat huurder na surseance van betaling of faillissement bij deze huurovereenkomst ophoudt partij te zijn’kan echter zo worden opgevat dat de gehoudenheid van de garant bestaat tot het einde van (kennelijk) de geldende huurperiode, ongeacht of de huurovereenkomst met V&D Nederland nog bestaat. Vendex is niet als partij of als huurder bij de huurovereenkomst geduid, zodat het ‘ophouden partij te zijn bij de huurovereenkomst’ bezwaarlijk anders kan worden begrepen als het eindigen van de huurovereenkomst als gevolg van surseance van betaling of faillissement. Aldus is in het zinsdeel vóór de komma het bestaan van de huurovereenkomst (waaruit de verplichtingen voortvloeien) een voorwaarde, terwijl in het zinsdeel ná de komma het (nog) bestaan van de huurovereenkomst (waaruit de verplichtingen voortvloeien) geen betekenis (meer) heeft. Het één heeft daardoor schijnbaar een andere situatie op het oog dan het ander.
‘naast huurder’en
‘medeschuldenaar’, welke bewoordingen nadrukkelijk wijzen op twee jegens de verhuurder aansprakelijke partijen, wat alleen het geval is als óók V&D Nederland nog partij is bij de huurovereenkomst en er bijgevolg voor haar nog verplichtingen uit die overeenkomst voortvloeien.
naastV&D Nederland
medeschuldenaarvoor de verplichtingen van V&D Nederland. Nu V&D Nederland ter zake geen schuldenaar meer is, is Maxeda bijgevolg dat evenmin. Dit deel van de vordering is daardoor niet toewijsbaar.
‘Huurder verklaart met gehuurde voldoende bekend te zijn en daarvan geen nadere omschrijving te verlangen.’terwijl iedere aanknopingspunt voor een bijlage met een beschrijving tot strekking ontbreekt. In de akte van levering van 29 december 1993 is evenmin een beschrijving van het Verkochte tevens zijnde het verhuurde te lezen. Dit betekent dat V&D Nederland, behoudens tegenbewijs, wordt verondersteld het gehuurde in de staat te hebben ontvangen zoals deze bij het einde van de huurovereenkomst is. Dit houdt in dat de stelplicht en bewijslast op Pavast ligt dat de staat van het gehuurde bij oplevering anders was bij aanvang van de huur.