Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[X] ,
Het procesverloop
- een conclusie van antwoord in reconventie van de kant van St. Joost, met de producties 13 tot en met 16;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 4 september 2015, met daaraan gehecht de spreekaantekeningen van de beide advocaten.
De overwegingen
In conventie en in reconventie
a) De vergoeding bedraagt 2% over de tegenprestatie voor de percelen (verkoopprijs of in natura), exclusief de over de vergoeding verschuldigde BTWtot een bedrag van € 13.500.000,-
In conventie
primair€ 307.089,10,
subsidiair€ 146.146,44, althans enig ander bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen wet de wettelijke (handels)rente hierover met ingang van 1 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;
primair€ 31.125,00,
subsidiair€ 10.043,00, althans enig ander bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, voor het eerst met ingang van 1 januari 2016 en zolang het voortgezet gebruik van de percelen grond voortduurt en voorts te bepalen dat de wettelijke (handels)rente verschuldigd is indien niet binnen veertien dagen na aanmaning is betaald;
primairgenoemde bedrag, is hetgeen [X] aan loon dient te betalen. Het bedrag is als volgt opgebouwd:
€ 44.507,40 +
€ 125.021,77 -
€ 108.287,61
€ 32.907,02bedraagt.
€ 150.645,00inclusief BTW.
€ 16.249,47.
€ 307.089,10, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 januari 2015 tot aan de dag dat volledig is betaald.
€ 125.021,77 -
€ 23.476,57 +
€ 100.731,28
€ 10.043,00 per jaar(inclusief BTW). Vermeerderd telkens (per jaar) met de wettelijke handelsrente over dit bedrag, komt de totale subsidiaire vordering op
€ 146.146,44.
In reconventie
Het meer betaalde vordert [X] thans als onverschuldigd betaald, van St. Joost terug.