ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1707
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.W. van de Sande
- M.C.G.J. van Well
- N. Djebali
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verlengde navorderingstermijn en omkering bewijslast in belastingzaken
De rechtbank Oost-Nederland behandelde een meervoudige bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen navorderingsaanslagen en boetes opgelegd door de Belastingdienst vanwege niet opgegeven buitenlandse bankrekeningen en vermogen. Centraal stond de vraag of de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR correct was toegepast en of de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld door eerst in een civiel kort geding informatie te verkrijgen en daarna de bezwaarfase af te wachten. Eiser had geen volledige openheid gegeven over een Luxemburgse bankrekening, maar wel over een Spaanse rekening. De omkering van de bewijslast was terecht omdat eiser niet voldeed aan zijn informatieplicht volgens artikel 47 AWR Pro. Het arrest Chambaz van het EHRM stond hier niet aan in de weg, omdat er nog geen sprake was van een strafrechtelijke procedure bij het stellen van vragen.
De rechtbank oordeelde dat de boetes grotendeels terecht waren opgelegd, met uitzondering van enkele jaren waarvoor de boetes werden verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Ook de heffingsrente was juist berekend, behalve voor het jaar 2004. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van eerdere uitspraken op bezwaar die werden vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor enkele jaren met verlaging van aanslagen en boetes en ongegrond voor de overige, en veroordeelt verweerder in proceskosten.