Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties
- de brief van de rechtbank waarin mondelinge behandeling is bepaald op 22 april 2025
3.De feiten
- (ii) reputatieschade en gemiste omzet doordat DAF in augustus 2014 de voorbereidingen is gaan treffen voor het starten van haar eigen rechtstreeks activiteiten in Turkije en het overnemen van de importeursfunctie van [eiser] per 1 december 2014;
- (iii) schade die DAF heeft veroorzaakt doordat zij [eiser] ten onrechte heeft afgesloten van de IT-systemen van DAF, als gevolg waarvan [eiser] niet de service aan haar klanten heeft kunnen bieden waartoe zij gehouden was, waardoor [eiser] geconfronteerd is met schadeclaims van die klanten;
- (iv) schade die DAF heeft veroorzaakt doordat DAF ten onrechte gedurende een aantal weken geen bestellingen van [eiser] in behandeling heeft genomen als gevolg waarvan [eiser] omzet is misgelopen.
4.Het geschil
De vorderingen van [eiser]
5.De beoordeling
- de geruchten die in mei 2014 ontstonden over de eerste opzegging,
- de brief die DAF stuurde rechtstreeks aan de DAF dealers en servicepartners op 18 augustus 2014 (bedoeld zal zijn 28 augustus 2014, zie hiervoor onder 3.17),
- het persbericht dat DAF op 24 september 2014 plaatste (zie hiervoor onder 3.19),
- de bijeenkomst met de DAF dealers en servicepartners die DAF organiseerde op 14 oktober 2014 (zie hiervoor onder 3.21),
- de brief die DAF op 23 oktober 2014 stuurde aan het Turkse ministerie (zie hiervoor onder 3.22)
- de weigering van DAF vanaf week 44 t/m 51 van 2014 om orders van [eiser] in behandeling te nemen,
- de afsluiting van [eiser] van de systemen van DAF vanaf 1 december 2014 (en de toelating van andere DAF dealers tot die systemen vanaf die datum) (zie hiervoor onder 3.23).