Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juni 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [vestigingsplaats] , verzoekster
de burgemeester van de gemeente Eindhoven, de burgemeester
Samenvatting
Procesverloop
.Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- in hoeverre duidelijk is dat (en in hoeverre valt te beoordelen of) aan het besluit een gebrek kleeft;
- in hoeverre dat gebrek naar verwachting te herstellen valt in het besluit op bezwaar;
- of er een onomkeerbare situatie ontstaat als de gevraagde voorlopige voorziening wel of niet getroffen wordt;
- hoe groot de mate van spoedeisendheid is.
- de heer [naam] is betrokken geweest bij het indienen van de aanvraag. De aanvraag en correspondentie hieromtrent verliep via het mailadres van het bedrijf van meneer [naam] (KvK) ( [email] );
- op het aanvraagformulier van de exploitatievergunning staat als statutaire naam [naam] , wat refereert naar de voornamen van de heer [naam] en mevrouw [naam] . Dit wordt versterkt doordat de weergavenaam ‘ [naam] ’ is gekoppeld aan het mailadres [email] welke in de KvK genoemd staat bij een onderneming van de heer [naam] (KvK). Verder wordt er in de aanvraag over ‘wij’ gesproken;
- uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 14 november 2025 blijkt dat de heer [naam] zich op 10 oktober 2025 voordeed als de eigenaar van [naam] . Uit de camerabeelden van het geweldsincident van 5 november 2025 in [naam] , waarbij de heer [naam] en medewerkers van [naam] betrokken waren, blijkt dat een van de werknemers het vuurwapen eerst aan de heer [naam] toonde;
- de heer [naam] heeft bij zijn aangifte van het geweldsdelict in [naam] op 5 november 2025 verklaard dat hij al 5 jaar eigenaar van [naam] is;
- een van de verdachte bij het geweldsincident van 5 november 2025 heeft aan de politie verklaard dat hij werkzaamheden voor de heer [naam] verricht;
- de zienswijze en het bezwaarschrift inzake de 2 weken sluiting is ingediend via een mailadres van de heer [naam] ( [email] ). Ook in de zienswijze en het bezwaarschrift wordt gesproken over ‘wij’ en ‘ons’;
- op 14 januari 2026 is er naar aanleiding van het verzoek van 11 december 2025 om het Bibob-formulier in te vullen, een terugbelnotitie achtergelaten door de heer [naam] , de notitie luidt: ‘ [naam] heeft een zaak op de [adres] . Hij heeft ene brief van jullie ontvangen die hij niet begrijpt. Zou gaan over zaken die hij al eerder zou hebben opgestuurd. Hij hoopt dit te kunnen bespreken graag contact opnemen.‘ Hierbij is het telefoonnummer van de heer [naam] (+ [telefoonnummer] ) achtergelaten en bij het terugbellen nam hij ook op. Hij deelde ook juiste informatie, bijvoorbeeld dat een nieuwe advocaat werd ingeschakeld.
- Tijdens een gemeentelijke controle is geconstateerd dat mevrouw [naam] de heer [naam] belde met vragen over [naam] en dat hij in gesprek met de toezichthouders mevrouw [naam] medewerkster noemde. Mevrouw [naam] verklaarde in eerste instantie dat ze niet wist of ze als leidinggevende op de exploitatievergunning stond (later kwam ze daar op terug) en dat de heer [naam] alle administratie van het bedrijf en alles rondom de vergunning doet en dat zij zelf alleen in de keuken voor het bereiden van bestellingen staat.”