Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:3549

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
SHE 25/1591
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1 OmgevingswetArt. 5:1 Algemene wet bestuursrechtArt. 5:21 Algemene wet bestuursrechtArt. 5:24 Algemene wet bestuursrechtArt. 5:25 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging rechtmatigheid last onder bestuursdwang voor illegale antennemast

In deze bestuursrechtelijke zaak staat het opleggen van een last onder bestuursdwang centraal vanwege het plaatsen van een antennemast zonder omgevingsvergunning. Eiseres betwist dat er sprake is van een overtreding en stelt dat het college niet bevoegd was tot handhaving. De rechtbank stelt vast dat de antennemast zonder vergunning is geplaatst en dat het college geen vergunning heeft kunnen vinden in de gemeentelijke archieven.

De rechtbank overweegt dat het college terecht heeft vastgesteld dat voor het bouwen van een antennemast van meer dan 5 meter een vergunning vereist is op grond van artikel 5.1, eerste lid onder a, van de Omgevingswet en het geldende bestemmingsplan. De antennemast van 17 meter is daarmee in strijd met het bestemmingsplan en de vergunningplicht. Het enkele feit dat de mast al decennia staat en dat eiseres meent dat er mondelinge toestemming was, leidt niet tot het afzien van handhaving.

Verder wijst de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat eiseres geen aannemelijk bewijs heeft geleverd van toezeggingen door het college. Ook het beroep op onrechtmatige bestuursdwang en schadevergoeding wordt verworpen, aangezien het handhavend optreden rechtmatig was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de last onder bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en het college mocht handhavend optreden.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/1591 OWHAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak tussen

[naam] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigden: [naam] en [naam] ,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maashorst, het college
(gemachtigden: C.J.A. van den Heuvel en drs. P. Tolic).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het opleggen van een last onder bestuursdwang vanwege het plaatsen van een antennemast zonder omgevingsvergunning. Eiseres is het niet eens met het opleggen van de last onder bestuursdwang. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college handhavend mocht optreden tegen de antennemast. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Aan eiseres is op 3 december 2024 een last onder bestuursdwang opgelegd. Hiertegen heeft eiseres bezwaar ingediend. Met het bestreden besluit van 20 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven. Daarbij heeft het college de wettelijke grondslag op grond waarvan is aangeschreven aangevuld.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens eiseres haar gemachtigden en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Vooraf
3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
3.1.
In september 2020 is er in de wijk Bogerd in Uden een zogenaamd project wijkaanpak opgestart door het college, de woningbouwstichting en de politie. Dit project had ten doel om te controleren op overtredingen. De focus werd daarbij gelegd op het controleren van strijdig gebruik en bouwwerken die zijn gerealiseerd zonder vereiste omgevingsvergunning.
3.2.
Ten tijde van deze controle is op het perceel van eiseres aan [adres] (het perceel) geconstateerd dat er een bouwwerk aanwezig was, te weten een antennemast van meer dan 15 meter hoog. Het college heeft onderzoek gedaan in het gemeentelijk archief om te achterhalen of er wellicht een vergunning was afgegeven voor het bouwen van de antennemast. Deze vergunning heeft het college niet in het archief gevonden.
3.3.
Vanwege de constatering dat eiseres zonder omgevingsvergunning een antennemast heeft gebouwd is aan haar op 28 juni 2022 een last onder dwangsom opgelegd. In deze last onder dwangsom is gelast om de antennemast te verwijderen en verwijderd te houden, dan wel aan te passen tot een hoogte van 5 meter. Aan dit verzoek is geen gehoor gegeven. De verbeurde dwangsommen zijn niet geïnd door het college omdat deze zijn verjaard.
3.4.
Op 23 oktober 2024 heeft het college een voornemen last onder bestuursdwang toegestuurd aan eiseres en aan de eigenaar van het perceel (Woningcorporatie Area). Hiertegen is geen zienswijze ingediend. Bij besluit van 3 december 2024 is de last onder bestuursdwang opgelegd. Er is gelast om de geplaatste antennemast geheel te verwijderen, dan wel aan te passen tot een vergunningvrije hoogte van 5 meter vóór 17 januari 2025. Eiseres heeft niet voldaan aan de last, waarna op 26 februari 2025 bestuursdwang is toegepast door het college. Hierbij heeft een bedrijf, dat is ingehuurd door het college, de antennemast gedeeltelijk verwijderd tot een vergunningvrije hoogte. De kosten voor het afvoeren van de antennemast zijn betaald door Woningcorporatie Area.
Is er sprake van een overtreding?
4. Eiseres voert aan dat er geen sprake is van een overtreding. Er is geen bouwvergunning voor de antennemast vereist. Zij meent dat haar partner de antennemast rond het jaar 1978 heeft geplaatst. De antennemast was destijds 24 meter hoog. Deze is in 2005 verlaagd naar een hoogte van 17 meter. Toen de antennemast werd gebouwd, bestond er volgens eiseres geen verplichting om een vergunning of een andere toestemming aan te vragen voor de antennemast.
4.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat wel sprake is van een overtreding. Voor het bouwen van een antennemast is een omgevingsvergunning nodig als bedoeld in
artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (een omgevingsplanactiviteit). Volgens het college is de plaatsing daarvan zonder omgevingsvergunning in strijd met het omgevingsplan. Het college heeft verder tijdens de zitting aangegeven dat het kan kloppen dat de antennemast omstreeks 1978 is geplaatst, maar een mast van 24 of 17 meter hoogte is nooit vergunningvrij geweest in de gemeente. Het college heeft namelijk in meerdere oude zaken waarbij een antennemast is gebouwd van een dergelijke hoogte, onderzocht of zo’n bouwwerk vergunningplichtig was. Daarbij zijn meerdere vergunningen gevonden waaruit blijkt dat een antennemast van meer dan 5 meter hoogte vergunningplichtig was ten tijde van de plaatsing. Daaruit leidt het college af dat ook destijds voor deze antennemast een vergunning nodig was.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college voldoende onderbouwd dat er een vergunningplicht gold ten tijde van de plaatsing van de antennemast omstreeks het jaar 1978 en dat deze vergunning destijds niet is verleend. Het college heeft geen vergunning voor een antennemast gevonden in de gemeentelijke archieven en evenmin heeft eiseres een vergunning overgelegd. Dat destijds volgens eiseres sprake was van een wetteloze wijk waarvoor geen bouwregels golden, is een aanname die niet kan worden gebaseerd op de destijds geldende wet- en regelgeving.
4.3.
Het plaatsen van de antennemast is verder in strijd met het geldende bestemmingsplan “Woongebieden Kom Uden 2022” dat nu onderdeel uitmaakt van het “Omgevingsplan gemeente Maashorst”. Op grond van artikel 21.2.3. van het bestemmingsplan mag de maximale bouwhoogte 6 meter bedragen. Aangezien de zendmast 17 meter hoog is, is deze in strijd met de regels van het bestemmingplan. Het is verder niet uitgezonderd van de vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit gelet op
artikel 22.36 van het Omgevingsplan of artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het plaatsen van de antennemast is daarmee een overtreding van het verbod in artikel 5.1, eerste lid onder a, van de Omgevingswet. Nu er sprake is van een overtreding, was het college bevoegd om handhavend op te treden met een last onder bestuursdwang. Deze grond slaagt niet.
Beginselplicht tot handhaving5. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal bij een overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. [1] Handhavend optreden is alleen onevenredig als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken. Dan is er een bijzonder geval waarin toch van handhavend optreden moet worden afgezien. Een bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij concreet zicht op legalisatie, bij een schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel.
Tijdsverloop en vertrouwensbeginsel
6. In dit kader voert eiseres aan dat de antennemast die er heel lang staat, is geplaatst met toestemming van het college alsook van de woningbouwvereniging. Eiseres vindt verwijdering van de antennemast daarom niet redelijk en stelt dat er onrechtmatig bestuursdwang is toegepast.
6.1.
Het college stelt zich hierover op het standpunt dat niet valt te achterhalen dat mondelinge toestemming is verleend voor de antennemast. Eiseres heeft dit ook niet aannemelijk gemaakt. Verder volgt uit vaste rechtspraak dat het enkele tijdsverloop voorafgaand aan een besluit tot handhaving op zichzelf geen bijzondere omstandigheid is om af te zien van handhaving. Het handhavend optreden acht het college niet als onredelijk bezwarend voor eiseres.
6.2.
Wat betreft de omstandigheid dat de antennemast mogelijk al bijna 50 jaar aanwezig is op het perceel, heeft het college terecht naar voren gebracht dat dit niet met zich brengt dat niet meer handhavend mag worden opgetreden. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). [2] Volgens de Afdeling is het enkele tijdsverloop geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan een bestuursorgaan in redelijkheid van handhavend optreden behoort af te zien. Ook het enkele feit dat een illegale situatie al lange tijd bestaat, het college daarvan op de hoogte is en dat daartegen niet eerder handhavend is opgetreden, betekent niet dat het college van handhavend optreden zou moeten afzien. Deze beroepsgrond slaagt niet.
6.3.
Voor zover eiseres een beroep heeft gedaan op het vertrouwensbeginsel overweegt de rechtbank het volgende. Degene die zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat door het bestuursorgaan toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij/zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe. [3] Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt en ook is anderszins niet gebleken dat het college (van de voormalige gemeente Uden) omstreeks 1978 of op een later tijdstip mondelinge uitlatingen heeft gedaan waaruit zou blijken dat een zonder vergunning geplaatste antennemast was toegestaan op het perceel van eiseres. Gelet hierop kan er geen succesvol beroep worden gedaan op het vertrouwensbeginsel. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Schadevergoeding
7. Eiseres voert ten slotte aan dat gezien het feit dat er onrechtmatig bestuursdwang is toegepast, zij schade heeft geleden waarvoor zij genoegdoening wenst.
7.1.
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat de rechtbank van oordeel is dat het handhavend optreden van het college rechtmatig was, zodat reeds hierom geen sprake kan zijn van geleden schade wegens onrechtmatig handelen van het college.
Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres in deze zaak geen gelijk krijgt. Zij krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Heijerman, rechter, in aanwezigheid van
mr.K.P. van Tilborg, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 5:1, eerste lid
In deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
Artikel 5:21
Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Artikel 5:24
de last onder bestuursdwang omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.
de last onder bestuursdwang vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd.
de last onder bestuursdwang wordt bekendgemaakt aan de overtreder, aan de rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft en aan de aanvrager.
Artikel 5:25
de toepassing van bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
de last vermeldt in hoeverre de kosten van bestuursdwang ten laste van de overtreder zullen worden gebracht.
tot de kosten van bestuursdwang behoren de kosten van voorbereiding van bestuursdwang, voor zover deze zijn gemaakt na het verstrijken van de termijn waarbinnen de last had moeten worden uitgevoerd.
de kosten van voorbereiding van bestuursdwang zijn ook verschuldigd, voor zover als gevolg van het alsnog uitvoeren van de last geen bestuursdwang is toegepast.
tot de kosten van bestuursdwang behoren tevens de kosten van vergoeding van schade ingevolge artikel 5:27, zesde lid.
het bestuursorgaan stelt de hoogte van de verschuldigde kosten vast binnen vijf jaar nadat de bestuursdwang is toegepast.
Omgevingswet
Artikel 5.1, eerste lid
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
a. een omgevingsplanactiviteit.
Omgevingsplan gemeente Maashorst [4]
Artikel 22.26
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Bestemmingsplan “Woongebieden Uden”
Artikel 21.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de situerings- en maatvoeringseisen zoals aangegeven in onderstaande tabel:
Maximale bouwhoogte
Maximale bouwhoogte
Situeringseisen
vlaggenmasten en antennes
tussenperceel:
voor de voorgevelrooilijn
6 m
achter de voorgevelrooilijn
6 m
hoekperceel:
voor de voorgevelrooilijn
6 m
aan de zijde van het zijerf dat direct grenst aan de openbare weg of openbaar groen:
< 1 m achter de voorgevelrooilijn
6 m
> 1 m achter de voorgevelrooilijn
6 m
geluidwerende voorziening ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'
-

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4375.
2.Zie de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR1415 r.o. 2.6.1 en
3.Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1213, r.o. 4.1.