Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak tussen
[naam] , uit [woonplaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (een omgevingsplanactiviteit). Volgens het college is de plaatsing daarvan zonder omgevingsvergunning in strijd met het omgevingsplan. Het college heeft verder tijdens de zitting aangegeven dat het kan kloppen dat de antennemast omstreeks 1978 is geplaatst, maar een mast van 24 of 17 meter hoogte is nooit vergunningvrij geweest in de gemeente. Het college heeft namelijk in meerdere oude zaken waarbij een antennemast is gebouwd van een dergelijke hoogte, onderzocht of zo’n bouwwerk vergunningplichtig was. Daarbij zijn meerdere vergunningen gevonden waaruit blijkt dat een antennemast van meer dan 5 meter hoogte vergunningplichtig was ten tijde van de plaatsing. Daaruit leidt het college af dat ook destijds voor deze antennemast een vergunning nodig was.
artikel 22.36 van het Omgevingsplan of artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het plaatsen van de antennemast is daarmee een overtreding van het verbod in artikel 5.1, eerste lid onder a, van de Omgevingswet. Nu er sprake is van een overtreding, was het college bevoegd om handhavend op te treden met een last onder bestuursdwang. Deze grond slaagt niet.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.K.P. van Tilborg, griffier.