ECLI:NL:RVS:2026:1213
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging last onder dwangsom voor bouwen schuur zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen legde op 8 februari 2023 aan appellant een last onder dwangsom op wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van een schuur van 56 m2 op zijn perceel in Vinkeveen. Appellant voerde aan dat de schuur vergunningvrij als bijbehorend bouwwerk kon worden gebouwd en ging in beroep tegen het besluit op bezwaar, dat het college op 5 juli 2023 handhaafde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant op 5 februari 2024 ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte uitging van een te kleine perceeloppervlakte en dat het bestemmingsplan geen rechtskracht meer heeft omdat het ouder is dan tien jaar. Ook voerde hij aan dat hij mocht vertrouwen op toezeggingen van een ambtenaar dat de schuur vergunningvrij gebouwd mocht worden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan wel rechtskracht heeft en dat de WOZ-taxatieverslagen niet relevant zijn voor de vergunningvrijheid. Tevens kon appellant niet redelijkerwijs vertrouwen op de toezeggingen, omdat de feitelijke situatie afweek van de bouwtekening waarop de toezeggingen waren gebaseerd.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de schuur niet vergunningvrij kan worden gebouwd en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de schuur niet vergunningvrij kan worden gebouwd en verklaart het hoger beroep ongegrond.