ECLI:NL:RBOBR:2025:7390
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-aanvraag wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 23e verjaardag
Eiseres heeft op 20 maart 2024 een Wajong-uitkering aangevraagd, die door het UWV is afgewezen wegens het bestaan van arbeidsvermogen. Na bezwaar en beroep bevestigde het UWV dit besluit. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar functioneren op haar 23e verjaardag al zodanig verslechterd was dat zij haar arbeidsvermogen had verloren.
De beoordeling van arbeidsvermogen is gebaseerd op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De verzekeringsartsen stelden vast dat het functioneren van eiseres geleidelijk is achteruitgegaan na het stoppen van haar studie en verder verslechterde na haar 23e verjaardag. Er is geen eenduidig knikmoment of duidelijke medische oorzaak voor deze achteruitgang.
Eiseres voerde aan dat haar beperkingen zijn onderschat en dat rapporten van de gemeente Oss aantonen dat zij geen arbeidsvermogen heeft. Deze rapporten dateren echter van na haar 23e verjaardag en missen een verzekeringsgeneeskundige beoordeling. De rechtbank volgt het oordeel van de verzekeringsartsen en concludeert dat eiseres niet heeft voldaan aan haar bewijslast.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering en ook het griffierecht niet wordt teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter G. de Jong en griffier Y. Mutsaers op 12 november 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar laattijdige Wajong-aanvraag wordt ongegrond verklaard.