Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juli 2025 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch
Inleiding
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
toereikendmoet zijn. Alhoewel ook de bewoording van artikel 8.1.1., eerste lid, van de Jeugdwet – dat het pgb de jeugdige en zijn ouders
in staat stelt omjeugdhulp te betrekken – erop duidt dat het pgb toereikend moet zijn, is in de wet niet bepaald welk pgb-tarief toereikend is. In artikel 2.9, aanhef en onder c, van de Jeugdwet is alleen bepaald dat in de verordening moet worden geregeld de wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld.
“Hier is van belang dat de hoogte van het budget, wil een budget voor de jeugdige of zijn ouders een zinvol alternatief zijn, zodanig zal moeten zijn dat deze met het budget de vastgestelde jeugdhulp ook daadwerkelijk kan inkopen, terwijl anderzijds voor de gemeente van belang is dat dit alternatief slechts zinnig zal zijn wanneer het budget lager is dan de kosten van een voorziening die voor een gemeente door een aanbieder wordt geleverd. De gemeenten kunnen in de verordening differentiëren tussen de hoogte van het budget voor professionele jeugdhulp en niet-professionele jeugdhulp.”Verder is in de nota naar aanleiding van het nader verslag Jeugdwet (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33684, nr. 45) vermeld:
“Als het gaat om het mogelijk inkopen van ondersteuning in het informele circuit, d.w.z. bij personen die behoren tot het sociale netwerk van de jeugdige of zijn ouders – krijgt de gemeente de bevoegdheid in de verordening te bepalen dat hiervoor nadere voorwaarden gelden. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat het persoonsgebonden budget alleen ingezet kan worden als de informele hulp goedkoper is dan formele hulp.”.Hieruit leidt de rechtbank af dat de wetgever kennelijk heeft beoogd dat het tarief van het informeel pgb lager kan zijn dan het tarief dat de gemeente aan een professionele aanbieder betaalt. Dat volgt ook uit de wijzigingen die per mei 2019 zijn doorgevoerd in de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en de Regeling Jeugdwet. Met ingang van die datum is het zelfs mogelijk om bij hulp uit het sociale netwerk te kiezen voor een symbolische tegemoetkoming in plaats van een pgb op grond van een uurloon. [4]