Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[ gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.Inleiding
2.De procedure
- Een brief van [eiseres] met opmerkingen op het proces-verbaal,
- Een brief van [gedaagden] met opmerkingen op het proces-verbaal,
- Een conclusie van repliek in conventie van [eiseres] ,
- Een conclusie van repliek in reconventie van [gedaagden] ,
- Een akte overlegging producties in reconventie, tevens conclusie van dupliek in conventie, van [gedaagden] ,
- Een akte uitlating producties in conventie van [eiseres] ,
- Een conclusie van dupliek in reconventie van [eiseres] .
3.De feiten
. Ter zake – en overigens - behouden cliënten zich alle rechten en weren voor.
4.Het geschil
in conventie
5.De beoordeling
in conventie en de geldvorderingen in reconventie
“Meerwerk wordt wekelijks verrekend”uit de overeenkomst.
“Meerwerk wordt wekelijks verrekend”niet volgt dat partijen hebben afgesproken dat [eiseres] geen recht meer heeft op betaling van de facturen als zij facturen na een bepaalde datum / termijn heeft gestuurd. Dat [eiseres] geen recht meer heeft op betaling onder bepaalde omstandigheden staat er immers niet. Van een verstrekkend gevolg als dat facturen vervallen, mag worden verwacht dat dat duidelijk is overeengekomen en dat is niet het geval. Het komt de rechtbank voor dat [eiseres] met de bepaling “Meerwerk wordt wekelijks verrekend” een bevoegdheid voor zichzelf heeft willen overeenkomen (namelijk om meerwerk wekelijks in rekening te brengen) en niet een verplichting om dat ook daadwerkelijk te doen op straffe van verval van de aanspraak op betaling.
7170-1, maar uit [eiseres] ’ toelichting volgt dat dit een verschrijving is en dat op de factuur 2018168 verwezen had moeten worden naar offerte 201
6170-1.
“SCHILDERWERK […] Plinten in de gehele woning en 13 binnendeuren en kozijnen”en dat hieruit duidelijk blijkt dat ook de € 2.000,- de 13 binnendeuren en kozijnen omvatte. [eiseres] heeft hiertegen echter aangevoerd dat zij oorspronkelijk voor het schilderwerk van de plinten en de 13 binnendeuren en -kozijnen [gedaagden] een begroting had verstrekt van (meer dan) € 11.130,50, op basis van een offerte van een in te schakelen onderaannemer en dat [gedaagden] daarop heeft aangegeven dat hij dat teveel vond en dat hij zelf het schilderwerk aan de 13 binnendeuren en -kozijnen zou verrichten. Dit heeft [gedaagden] niet betwist. In dit licht moet het [gedaagden] duidelijk zijn geweest dat de vermelding van € 2.000,- voor
“SCHILDERWERK […] Plinten in de gehele woning en 13 binnendeuren en kozijnen”in de aannemingsovereenkomst een vergissing was en dat de € 2.000,- alleen het schilderen van de plinten in de gehele woning betrof. Verder moet [gedaagden] de noodzaak van een prijsverhoging hebben begrepen (gezien de eerder gecommuniceerd begroting van (meer dan) € 11.130,-) bij het alsnog verstrekken van de opdracht voor het schilderen van de binnendeuren en -kozijnen. Aan artikel 7:755 BW Pro is dan ook voldaan.
productie 15 dagvaarding). In die offerte wordt namelijk een begroting van het schilderwerk afgegeven van € 11.130,60, maar uit de rest van de offerte blijkt dat in dit bedrag ook € 3.357,80 is begrepen voor kozijnen / deuren aan de buitenzijde en dat alleen € 7.772,80 (de som van € 3.357,80 en € 4.415,-) ziet op deuren en kozijnen aan de binnenzijde. Dat blijkt namelijk uit de volgende passage in de offerte:
“loze leidingen tbv camerasysteem”. [eiseres] heeft toegelicht dat dit meerwerk betrof. Voor de vraag of een factuur voor meerwerk toewijsbaar is geldt de hiervoor (in r.o. 5.27) weergegeven maatstaf.
in de vloer(voor een later aan te leggen camerasysteem). [eiseres] heeft toegelicht dat de gefactureerde werkzaamheden bestonden uit het hak- en breekwerk voor het wegwerken van de uit de vloer komende leidingen
in de muur. Volgens [gedaagden] zijn er – feitelijk – slechts vier gaten geboord in de muur.
in de vloer), laat staan dat hiervoor aanvullend (een bedrag van € 624,36) moest worden betaald.
“Voor sanitair is alles goed zoals je meldt zonder wastafels en dan eventueel de uitloop van de kranen.”
“Zijdouche is op gevragen, hier doe ik een voorstel voor tegelijk met het uitstort gootsteentje in de garage/werkplaats”
“Ter bevestiging als zojuist besproken per telefoon. […]
Riool voor uitstort gootsteen verplaatsen naast sectionaaldeur van buitenaf gezien links naast deur. Onder de uitstort gootsteen willen ze graag een schrob putje.”
€ 7.170,04(= € 14.884,49 -/- € 7.714,45) verschuldigd is.
De posten die zien op niet geleverde / niet aangebrachte tegels en dorpels
. Ter zake – en overigens – behouden cliënten zich alle rechten en weren voor.
2006/642). Bij de beoordeling of de mededeling aan de in art. 3:317 lid 1 BW Pro gestelde eisen voldoet, dient niet alleen te worden gelet op de formulering daarvan,maar ook op de context waarin de mededeling wordt gedaan en op de overige omstandigheden van het geval(vgl. HR 18 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8502,NJ
2009/439). Bij deze beoordeling kan onder omstandigheden mede betekenis toekomen aan de verdere correspondentie tussen partijen (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7063,NJ
2011/503).” [2] (onderstrepingen rechtbank)
“behouden […] zich alle rechten en weren voor”uit de e-mail duiden er namelijk op dat [gedaagden] nu en in de toekomst aanspraak wil blijven maken op de rechten die zij op dat moment had. Verder duidt het feit dat de e-mail een reactie is op de brief van [eiseres] van 22 oktober 2019 die weer een reactie was op de brief van [gedaagden] van 28 november 2018 erop dat de rechten die werden voorbehouden dezelfde waren als de rechten waar het in de brieven van 22 oktober 2019 en 28 november 2018 over ging. Het moet [eiseres] duidelijk zijn geweest op welke rechtsvorderingen de e-mail van 9 november 2019 betrekking had. [eiseres] heeft er nog op gewezen dat de e-mail van 9 november 2019 zeer kort is, maar gezien de al uitvoerige beschrijving van de klachten door [gedaagden] in zijn brief van 28 november 2018 behoeft van [gedaagden] niet te worden verwacht dat hij die nogmaals zou herhalen. Dat geldt des te meer, omdat [eiseres] in haar brief van 9 oktober 2019 had aangekondigd een procedure te beginnen als [gedaagden] niet zou voldoen aan de sommatie. Beide partijen wisten dus dat de standpunten weer aan de orde zouden komen in een procedure als [gedaagden] niet voldeed aan de sommatie (hetgeen [gedaagden] in zijn e-mail van 22 november 2019 in feite aankondigde niet te doen). Ook in dat licht hoefde [eiseres] niet hoefde te verwachten dat [gedaagden] nogmaals alles uit zou werken.
naar binnenzou draaien.
naar buitendraait. Het gaat om de volgende tekening:
“Klemmen verhelpen en zorgen dat handvat zonder kracht dicht kan, Master bedroom achterdeuren”.
E) dan die waren overeengekomen (een Comfo Air
Q). Daarmee is [eiseres] tekortgeschoten. [gedaagden] heeft echter niet verduidelijkt dat en welke schade hij hierdoor heeft geleden. Uit [gedaagden] stellingen volgt dat het verschil tussen beide WTW-installaties is dat de geïnstalleerde installatie (de Comfo Air E) in beginsel niet geschikt is voor communicatie met de KNX-module en dat de bestelde installatie (de Comfo Air Q) daarvoor wel is geschikt, maar het is ook niet betwist dat (een installateur namens) [eiseres] een custom-made koppeling heeft gemaakt waardoor ook de geïnstalleerde module (de Comfo Air E) communiceert met de KNX-module. Wat er echter nu nog ontbreekt heeft [gedaagden] niet verduidelijkt. [gedaagden] stelling dat er “is ingeleverd op functionaliteit en type techniek” is onvoldoende concreet. Ook [gedaagden] formulering van de vordering (“aanpassing van de WTW-installatie dat deze geschikt is voor
volledigecommunicatie met de KNX-module”) is onvoldoende concreet.
6.De beslissing
binnen 90 dagen na betekening van dit vonniszorg te dragen voor aanpassing van de draairichting van de harmonicadeur, zodanig dat deze naar binnen in plaats van naar buiten draait, naar de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap, op straffe van een dwangsom van € 75,- per dag of dagdeel dat niet aan deze veroordeling wordt voldaan, tot een maximum van € 25.000,-,
binnen 30 dagen na betekening van dit vonniszorg te dragen voor het alsnog deugdelijk sluitend maken van de draai-kiepdeur van het Frans balkon van de ‘master bedroom’, naar de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap, op straffe van een dwangsom van € 25,- per dag of dagdeel tot een maximum van € 300,-,