Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 mei 2023 in de zaak tussen
[bedrijfsnaam] B.V., uit [plaatsnaam] , eiseres (hierna: [bedrijfsnaam] )
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van [bedrijfsnaam] B.V. tegen aan haar opgelegde bestuurlijke boetes van in totaal € 25.200,- wegens overtredingen van de Meststoffenwet. De boetes betroffen onder meer het niet als intermediair geregistreerd zijn, het niet gebruik van AGR/GPS-apparatuur, onvolledig en onjuist invullen van vervoersbewijzen en het niet bemonsteren van vrachten champost.
[bedrijfsnaam] voerde onder meer aan dat zij door rechtsdwaling was misleid over de toepasselijkheid van uitzonderingen op bemonstering en AGR/GPS-gebruik. De rechtbank oordeelde dat deze dwaling voor haar rekening en risico komt, mede omdat zij als professionele onderneming geacht wordt bekend te zijn met de wet- en regelgeving. Tevens werd geoordeeld dat geen sprake is van samenloop of voortgezette handeling, aangezien de overtredingen betrekking hadden op afzonderlijke vrachten verspreid over ruim een jaar.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat de boetes disproportioneel zijn, aangezien de minister een matigingsbeleid toepaste en de boetes in redelijke verhouding staan tot de ernst en verwijtbaarheid van de overtredingen. De verklaringen van de bestuurder tijdens de zitting werden erkend, maar hadden geen invloed op de uitkomst. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boetes blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van [bedrijfsnaam] B.V. tegen de bestuurlijke boetes wegens overtredingen van de Meststoffenwet wordt ongegrond verklaard en de boetes van € 25.200,- worden gehandhaafd.