ECLI:NL:RBOBR:2022:5652
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering aanvraag milieuneutrale wijziging revisievergunning co-vergistingsinstallatie
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 22 december 2022 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke geschil tussen Groengas Brabant V.O.F. en het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant. Het geschil betreft de weigering van het college om een aanvraag voor het milieuneutraal veranderen van een inrichting voor het verlengen van een bestaande loods in behandeling te nemen.
De rechtbank stelt vast dat het college op grond van artikel 2.6, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bevoegd was om te bepalen dat een revisievergunning moest worden aangevraagd. Het college vond het vergunningenbestand onoverzichtelijk en meent dat de reeds verleende vergunningen en de handhavingstrajecten het onmogelijk maken om de gevraagde wijziging los te beoordelen.
De rechtbank oordeelt dat het belang van een duidelijke en overzichtelijke vergunningensituatie voor alle partijen zwaarwegend is. De aanvraag voor een milieuneutrale wijziging kan niet los worden gezien van de noodzaak om de gehele inrichting in één revisievergunning te beoordelen. De rechtbank wijst erop dat het bedrijf nu gedeeltelijk in werking is in afwijking van de geldende vergunningen en dat het college niet verplicht is om de aanvraag in behandeling te nemen zonder inzicht in de milieugevolgen.
Het beroep van Groengas wordt ongegrond verklaard. De rechtbank wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak bevestigt het belang van een integrale beoordeling van vergunningen bij complexe en veranderende milieusituaties.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het college de aanvraag niet in behandeling mocht nemen.