ECLI:NL:RVS:2018:4153
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking omgevingsvergunning biogasinstallatie
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant trok bij besluit van 20 november 2015 de omgevingsvergunning voor een biogasinstallatie te Nistelrode in vanwege voortdurende overtredingen van de vergunningvoorschriften. Bio Spares en appellant, die de vergunninghouder waren, maakten bezwaar tegen deze intrekking, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond en herroepen het besluit ambtshalve omdat een derde partij de inrichting inmiddels exploiteerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van Bio Spares en appellant tegen het besluit op bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat zij volgens de rechtbank niet meer gerechtigd waren de inrichting te exploiteren en daardoor geen schade konden lijden door de intrekking.
In hoger beroep betoogden Bio Spares en appellant dat zij wel procesbelang hadden, onder meer omdat zij kosten hadden gemaakt voor het verkrijgen van de vergunning en omdat zij vergunninghouder waren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat procesbelang alleen bestaat als aannemelijk is dat schade daadwerkelijk het gevolg is van het bestuursbesluit. Omdat de vergunning na schorsing bleef gelden en de inrichting feitelijk nog werd geëxploiteerd, was geen sprake van schade door het besluit. Bovendien is de omgevingsvergunning zaaksgebonden en niet persoonsgebonden, zodat het beroep niet kon leiden tot toekenning van de vergunning aan Bio Spares of appellant.
De overige gronden van beroep hadden geen betrekking op het procesbelang en konden daarom niet slagen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de intrekking van de omgevingsvergunning bevestigd.