Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, verweerder
Procesverloop
H. Olgun, taxateur.
Overwegingen
€ 1.550.000.
- [adres 1] ;
- [adres 1] ;
- [adres 1] .
1 december 2019. Het betreft een pand op een B-locatie met een veel kleinere verhuurbare vloeroppervlakte dan de onroerende zaak. Het pand is ingericht om te worden gebruikt om daarin een horecaonderneming te drijven, maar dan wel van een heel ander type dan het in de onroerende zaak gedreven fastfoodrestaurant. Verweerder heeft naar voren gebracht dat hij met de huurreferentie heeft willen laten zien dat een op een mindere locatie gelegen horecapand met een geringere winstpotentie toch een relatief hoge huur per m2 verhuurbare vloeroppervlakte opbrengt. De rechtbank is van oordeel dat de huur van de huurreferentie niet als onderbouwing van de huurwaarde van de onroerende zaak kan worden gebruikt omdat het pand op belangrijke punten verschilt van de onroerende zaak en verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij de bepaling van de huurwaarde van de onroerende zaak met deze verschillen heeft rekening gehouden.
€ 3.100.000. Hoewel de transactiedatum meer dan vijf jaar voor de waardepeildatum is gelegen, is de verkoopprijs van € 3.100.000 van een vrijwel identiek object toch een indicatie dat de vastgestelde waarde van de onroerende zaak van € 1.429.000 niet te hoog is.