ECLI:NL:RBOBR:2020:2449
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand met huurwaardekapitalisatiemethode in Eindhoven
Eiser betwist de WOZ-waarde van een winkelpand in Eindhoven, vastgesteld op €2.739.000 per 1 januari 2018, en vordert verlaging tot €1.999.000. Verweerder handhaafde de waarde. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende bewijs heeft geleverd met een recent taxatierapport en onderbouwing via vergelijkingsobjecten en de huurwaardekapitalisatiemethode.
Eiser stelde ook subsidiair een hogere waarde voor, wat de rechtbank als strijdig met de goede procesorde beschouwt en buiten beschouwing laat. Diverse bezwaren over het proces, zoals het ontbreken van stukken en de hoorzitting, worden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van het Hof ’s-Hertogenbosch dat het innemen van tegenstrijdige standpunten in WOZ-procedures niet is toegestaan. De waarde is op consistente wijze onderbouwd met marktgegevens en taxatiemethoden. Het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van €2.739.000. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en zal openbaar worden uitgesproken zodra mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €2.739.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.