ECLI:NL:RBOBR:2019:3388
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie terecht opgelegd wegens ontbreken re-integratieactiviteiten tweede spoor
De werkneemster was preventieassistente en meldde zich ziek vanwege zwangerschap gerelateerde klachten en later lichamelijke en psychische klachten. Na onderzoek door een bedrijfsarts en arbeidsdeskundige werd geconcludeerd dat zij niet geschikt was voor haar eigen werk en dat er geen mogelijkheden waren binnen de praktijk. Wel was er sprake van benutbare mogelijkheden volgens een lijst arbeidsmogelijkheden en beperkingen.
De werkgever verrichtte geen re-integratieactiviteiten in het tweede spoor, waarop het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een loonsanctie oplegde. De werkgever stelde dat re-integratie niet mogelijk was vanwege de medische situatie en dat zij zich naar beste kunnen had ingezet.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat er benutbare mogelijkheden waren en dat de werkgever onvoldoende inspanningen had verricht, met name in het tweede spoor. De stelling van de werkgever dat zij in een onwerkbare situatie werd gebracht, werd niet gevolgd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratieactiviteiten tweede spoor wordt ongegrond verklaard.