Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 december 2017 in de zaak tussen
[naam B.V.] , te [vestigingsplaats] , eiseres
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [werknemer] , te Tilburg.
Procesverloop
Overwegingen
.De re-integratie bij eiseres (spoor 1) is volgens verweerder onvoldoende onderbouwd afgesloten, omdat eiseres (althans de door haar ingeschakelde arbeidsdeskundige) verder geen onderzoek heeft verricht naar de aanwezigheid van een passende functie binnen de eigen organisatie dan wel naar de mogelijkheden tot het creëren van een passende functie voor de werknemer binnen de eigen organisatie. De re-integratie bij een andere werkgever (spoor 2) is volgens verweerder inadequaat geweest, omdat onvoldoende aandacht is besteed aan het in kaart brengen van passende arbeid.
“Doel daarvan is dat de werkgever alsnog de nodige re-integratie-inspanningen levert. De sanctie beoogt herstel van wat eerder nagelaten is. In de loonsanctiebeslissing geeft het UWV aan wat er schort aan de geleverde re-integratie-inspanningen en dat (en op welke wijze) de werkgever dit moet herstellen (bijv. door inschakelen van deskundigen).”
“ (…) De arbeidsdeskundige van Elabo, de heer Kriegsman, adviseerde op 6 augustus 2015 de werkgever om de eerstvolgende 3 maanden organisatie-breed te onderzoeken of een passende functie voor de werknemer aanwezig is cq. gecreëerd kan worden. De werkgever heeft geen verder onderzoek verricht naar de aanwezigheid van een passende functie binnen de eigen organisatie, danwel naar de mogelijkheden tot het creëren van een passende functie voor de werknemer binnen de eigen organisatie. (…).”
“(…) Uit alle informatie die geleverd blijkt ook niet of en hoe de heer Allach daarin ondersteund is in het verkrijgen van die beeldvorming over de inhoud en of belasting in functies. Nergens blijkt uit dat hij is gewezen op meelopen, informeren over inhoud van een functie etc. Wel blijkt dat de heer Allach pas op 03-02-2016 (terwijl het re-integratie traject al 21-08-2015 gestart is, zie daarvoor intakeformulier) is geïnformeerd over hetgeen hij een werkgever moet vertellen bij een sollicitatiegesprek. Ik ben mede daarom ook van mening dat het re-integratietraject ook niet adequaat is in de ingezette activiteiten. Het traject is te veel gericht op solliciteren. Er is te weinig ingezet op verkleinen van de achterstand tot de arbeidsmarkt, of in ieder geval het inzichtelijk maken hoe die achterstand is en wat daarbij nodig is, en ook is niets gedaan aan actieve bemiddeling. (…)”De verrichte activiteiten geven naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende blijk van een op de werknemer toegesneden aanpak, gericht op (het vinden van) passende arbeid. De door eiseres overgelegde rapportage van het re-integratiebedrijf van 1 november 2016 bevat weliswaar een lijst van functies waarop de werknemer heeft gesolliciteerd, maar daaruit blijkt niet in hoeverre deze functies passen bij de (belastbaarheid van de) werknemer.