ECLI:NL:RBOBR:2017:3515
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet wegens ongeoorloofd verlof
Eiser is op 28 april 2016 zonder toestemming van zijn werkgever niet op het werk verschenen en vertrok op die dag naar Suriname voor vakantie. De werkgever heeft hem daarop op staande voet ontslagen wegens werkweigering. Eiser vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, maar deze werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos was geworden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser op de hoogte was van zijn werkrooster en dat er geen toestemming was gegeven voor verlof op die datum. Uit een WhatsApp-gesprek blijkt dat de voorman/planner dit expliciet aan eiser heeft meegedeeld. Eiser heeft nagelaten contact op te nemen met zijn leidinggevende om de situatie te verduidelijken.
De rechtbank acht de gedragingen van eiser een dringende reden voor ontslag en stelt vast dat de weigering van de WW-uitkering terecht is. De stelling van eiser dat er sprake zou zijn van interne miscommunicatie wordt niet gevolgd. Ook de beroepsgrond over herleving van oud WW-recht wordt buiten beschouwing gelaten omdat dit niet binnen de procedure is ingebracht.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering blijft in stand. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.