Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Ten aanzien van feit 1 primair
op zijn minstde aanmerkelijke kans op de koop toe genomen dat de in de aangiftes geclaimde aftrekposten niet juist zouden zijn. Dat verdachte, zeker gezien haar professie als belastingadviseur, anders had moeten handelen was haar ook duidelijk, gezien haar verklaring ter zitting dat zij bij zakelijke klanten wél altijd onderbouwing verlangde. Van een generieke toestemming van de belastingdienst om de opgevoerde kosten in aftrek te nemen in de aangiftes van de in de tenlastelegging genoemde personen is niet gebleken.
2.Ten aanzien van feit 2 primair en feit 3 primair
3.De aansprakelijkheid van de rechtspersoon
4.De aansprakelijkheid van verdachte als feitelijk leidinggever
first offenderdient te worden beschouwd. Hoewel niet expliciet duidelijk is geworden wat verdachte ertoe gedreven heeft de strafbare feiten te plegen, blijkt uit het verhandelde ter terechtzitting wel dat verdachte niet uit eigen winstbejag heeft gehandeld. Verdachte heeft zelf ook geen direct financieel voordeel genoten van de strafbare gedragingen. Voorts heeft verdachte er blijk van gegeven dat zij de ernst van de feiten inziet.
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd
Gevangenisstraf voor de duur van 12 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht
waarvan 8 maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren