Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 november 2016 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Vught, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Aan eiseres kan worden toegegeven dat het op verschillende data versturen van drie (gecombineerde) aanslagbiljetten die betrekking hebben op objecten die zijn gelegen in hetzelfde winkelcentrum en waarvan het eigendom berust bij eiseres, enige verwarring kan wekken. Dit kan echter niet gelden als een verontschuldiging voor dit verzuim. De beschikkingen van 31 mei 2015 bevatten duidelijke informatie over de aard van de aanslagen en op welke (zeven) WOZ-bedrijfsobjecten de aanslag betrekking had. Bovendien bevatte het gecombineerde aanslagbiljet op de achterzijde een duidelijke rechtsmiddelenverwijzing, zodat bij eiseres geen enkele twijfel behoefde te bestaan dat zij desgewenst binnen zes weken tegen deze beschikkingen bezwaar kon maken. Voor zover eiseres stelt dat zij pas bezwaar kon maken nadat zij alle aanslagen met betrekking tot alle samenhangende objecten in het winkelcentrum had ontvangen, volgt de rechtbank haar daarin dan ook niet. Allereerst wijst de rechtbank erop dat eiseres wel tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking van 30 juni 2015, hoewel zij toen ook niet over alle aanslagen beschikte. Bovendien had eiseres, in het geval het voor haar kennelijk van belang was ook te beschikken over de (latere) aanslagen met betrekking tot de overige objecten in haar eigendom, er in ieder geval voor kunnen kiezen tijdig bezwaar in te stellen, zo nodig op nader aan te voeren gronden. Eiseres had in dat geval verweerder kunnen verzoeken om uitstel van het indienen van gronden tot aan het moment dat de andere aanslagen bekend waren gemaakt. Dat eiseres dit heeft nagelaten, dient voor haar rekening en risico te blijven.