Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juni 2016 in de zaak tussen
[eiseres] te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
In dat advies is uitgelegd dat verweerder, in de aanloop naar de nieuwe Wmo 2015, in 2014 is gestart met een nieuwe werkwijze. Verweerder indiceert de rechthebbenden niet meer in uren en minuten maar in aandachtsgebieden c.q. “Huishoudelijke Verzorgingsactiviteiten”
(HV-activiteiten), zoals lichte en zware huishoudelijke werkzaamheden en wasverzorging.
14. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat eiseres bij de beoordeling van (de handhaving bij het bestreden besluit van) het primaire besluit 1 geen procesbelang (meer) heeft.
Dit (externe) advies is in feite slechts een algemene verhandeling waarin de ‘nieuwe wijze van werken’ wordt verdedigd. Blijkens de toelichting van verweerders gemachtigde op zitting is verweerder de mening toegedaan dat eiseres minder huishoudelijke hulp nodig heeft dan ten tijde van het besluit van 18 november 2013. Bepaalde huishoudelijke werkzaamheden hoeven minder vaak te worden uitgevoerd en niet in gebruik zijnde ruimtes hoeven niet te worden schoongemaakt. Echter, gegevens over bijvoorbeeld, normtijden of protocollen bij het vaststellen van de omvang van de behoefte aan huishoudelijke verzorging zijn niet overgelegd. De rechtbank begrijpt dat dergelijke gegevens geen rol spelen bij de nieuwe wijze van indiceren in aandachtsgebieden, dat uitsluitend door de zorgaanbieder wordt gekeken naar welke ruimtes er worden gebruikt en wat daarin (hoe vaak) moet worden schoongemaakt om te bereiken dat men kan beschikken over een schoon en leefbaar huis. De concrete invulling van de behoefte aan huishoudelijke hulp wordt overgelaten aan de zorgaanbieder, die de omvang van de hulp in samenspraak met de cliënt zal vaststellen. Verweerder heeft daar geen zeggenschap meer in.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat eiseres recht heeft op 4 uur huishoudelijke hulp per week tot op het moment dat verweerder een nieuw besluit op bezwaar heeft genomen;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,- aan eiseres te vergoeden;
J.H. van Wordragen-van Kampen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2016.