ECLI:NL:RBOBR:2015:2659
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overgang naar LFNP-functie en toepassing transponeringstabel na 1 januari 2012
Eiser, een korpschef van politie, maakte bezwaar tegen het besluit van verweerder over zijn overgang naar een LFNP-functie per 1 januari 2012 en de daaropvolgende functie-indeling per 18 juni 2012. Verweerder had eiser ingedeeld in de functie van Gespecialiseerd Medewerker C binnen het vakgebied Gespecialiseerde Ondersteuning, terwijl eiser meende dat hij binnen het vakgebied Bedrijfsvoeringspecialismen geplaatst had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid tot het nemen van het bestreden besluit terecht was toegekend aan de programmadirecteur HRM. Verder werd bevestigd dat de transponeringstabel een algemeen verbindend voorschrift is en dat geen sprake was van ernstige fouten die toepassing zouden verhinderen. De rechtbank stelde dat de Regeling geen directe toepassing vindt op overgang na 1 januari 2012, maar dat verweerder op grond van zijn bevoegdheid tot inpassing van korpsfuncties in LFNP-functies analoge toepassing mocht maken.
De rechtbank vond de keuze van verweerder voor het vakgebied Gespecialiseerde Ondersteuning niet onbegrijpelijk, omdat de functiebeschrijving van Loopbaanadviseur het werken binnen beleidskaders benadrukt en niet het opleidingsniveau of feitelijke werkzaamheden bepalend zijn. Ook werd geoordeeld dat de hardheidsclausule niet van toepassing was, aangezien eiser geen bezwaar had gemaakt tegen eerdere besluiten en zijn stellingen onvoldoende waren om onbillijkheid aan te tonen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit over zijn LFNP-functie is ongegrond verklaard.