Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
.
Beslissing
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser ontving een WW-uitkering met een vastgesteld dagloon van €88,79 per 2 november 2011. Na beëindiging en voortzetting van de uitkering stelde eiser bezwaar tegen het dagloon, dat bij het latere besluit was gebaseerd op €91,42. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het dagloon volgens hem al definitief was vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het dagloon geen zelfstandig deelbesluit is en onderdeel uitmaakt van een meeromvattend besluit, zoals bevestigd in recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Daarom was het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar ongegrond.
De rechtbank vergoedt het betaalde griffierecht aan eiser en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit op bezwaar.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluit vernietigd en bezwaar ongegrond verklaard.