ECLI:NL:RBOBR:2014:5203
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Tadic
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op gelijkheidsbeginsel en weigering openbaarmaking vertrekregelingen directeuren
Eiser, werknemer bij de provincie Zeeland, verzocht om een non-activiteitsuitkering gelijk aan het hogere percentage dat twee directeuren ontvingen. De rechtbank oordeelde dat de vertrekovereenkomsten van de directeuren niet op de Non-activiteitsregeling Zeeland (NAR) zijn gebaseerd en dat er geen sprake is van ongelijke behandeling. Daarnaast vroeg eiser op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) inzage in de volledige vertrekregelingen van de directeuren. Verweerder weigerde dit vanwege het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank overwoog dat openbaarmaking van de vertrekregelingen, inclusief salarisgegevens, de persoonlijke levenssfeer van de directeuren zou schenden, ondanks dat hun namen bekend zijn. De geanonimiseerde vertrekregelingen van andere medewerkers zijn verstrekt omdat die niet naar individuele personen herleidbaar zijn. Het beroep van eiser op openbaarmaking werd daarom ongegrond verklaard.
Eiser stelde ook dat de redelijke termijn voor de behandeling van zijn bezwaar en beroep was overschreden, maar de rechtbank vond de lichte overschrijding in de bezwaarfase gerechtvaardigd en concludeerde dat de redelijke termijn niet was overschreden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank wees het beroep in zijn geheel af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt afgewezen en de weigering tot openbaarmaking van de vertrekregelingen van de directeuren wordt bevestigd.