ECLI:NL:RBOBR:2014:4238
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Tadic
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op gelijkheidsbeginsel en weigering volledige openbaarmaking vertrekregelingen directeuren
Eisers, werknemers van de provincie Zeeland, vorderden gelijke behandeling in non-activiteitsuitkeringen als twee directeuren en volledige openbaarmaking van hun vertrekregelingen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De rechtbank stelt vast dat de vertrekovereenkomsten van de directeuren niet gebaseerd zijn op de Non-activiteitsregeling Zeeland 2013 (NAR), anders dan bij eisers.
De rechtbank oordeelt dat eisers niet hebben bewezen dat sprake is van ongelijke behandeling en wijst hun beroep op het gelijkheidsbeginsel af. Ook is geen sprake van dwaling, bedreiging, bedrog of misbruik bij het sluiten van de NAR-overeenkomsten met eisers. De verzoeken om volledige openbaarmaking van de vertrekregelingen van de directeuren worden afgewezen omdat het belang van hun persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid.
Verder is geen overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, zodat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de overige vorderingen af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om volledige openbaarmaking en schadevergoeding wordt afgewezen.