Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 september 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 10 december 2013.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
4.000,00(2,0 punten × tarief € 2.000,00)
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser, ernstig letsel opgelopen als voetganger bij aanrijding door een bestuurder onder invloed van alcohol, vordert vergoeding van schade wegens vermeende beroepsfout van zijn advocaat. De advocaat had geadviseerd akkoord te gaan met een schikking waarbij ZLM Verzekeringen 50% van de schade vergoedde. Eiser stelt dat de advocaat onjuist heeft geadviseerd omdat hij meer dan 50% had kunnen vorderen.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurder onder invloed was en dat ZLM geen beroep op overmacht kon doen. Echter, het is verdedigbaar dat eiser aan opzet grenzende roekeloosheid heeft vertoond, waardoor de 50%-regel niet automatisch geldt en schuldverdeling volgens artikel 6:101 BW Pro moet plaatsvinden. De advocaat heeft zorgvuldig gehandeld door de risico's en onzekerheden van een procedure te bespreken en de cliënt te adviseren de schikking te accepteren.
Daarnaast is de vordering wegens het niet wijzen op de mogelijkheid van een beroep op de Wmo afgewezen, omdat eiser onvoldoende heeft toegelicht dat hij hierover advies heeft gevraagd en het niet tot de primaire taak van een letselschadeadvocaat behoort. De rechtbank veroordeelt eiser in de proceskosten en wijst zijn vorderingen af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.