ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ1307
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.P. Willemse
- N.I.B.M. Buljevic
- A.B. Baumgarten
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs voor ontucht binnen professionele zorgrelatie
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtpleging met een cliënt binnen de periode van 21 februari 2007 tot en met 31 december 2011. Verdachte was werkzaam bij Novadic Kentron in de maatschappelijke zorg en had seksuele contacten met mevrouw de cliënt, die zich aan zijn zorg had toevertrouwd.
De officier van justitie stelde dat er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en dat verdachte misbruik had gemaakt van zijn positie. De verdediging voerde aan dat er geen professionele relatie bestond in 2007 en dat de seksuele contacten vrijwillig en privé waren.
De rechtbank oordeelde dat er wel een functionele zorgrelatie bestond, maar dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat deze relatie een rol speelde bij de seksuele contacten. Zowel verdachte als de cliënt verklaarden dat de relatie vrijwillig en affectief was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
De civiele vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en de benadeelde werd veroordeeld in de kosten van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de professionele relatie invloed had op de seksuele contacten met de cliënt.