Eiser heeft samen met zijn vriendin een energietoeslag aangevraagd voor het jaar 2023, maar het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet voldaan werd aan de voorwaarde dat sprake is van een zelfstandige woning die door één huishouden wordt bewoond. Eiser woont met zijn vriendin en een medebewoner in een woning met gedeelde voorzieningen zoals keuken, douche en toilet, waarbij ieder een eigen huurcontract en eigen slaapkamer heeft.
De rechtbank oordeelt dat het huis als zelfstandige woning kan worden aangemerkt, maar dat de eigen kamers niet als zelfstandige woonruimten gelden vanwege het gedeelde gebruik van voorzieningen. Verder is vastgesteld dat eiser en zijn vriendin geen gezamenlijke huishouding voeren met de medebewoner, omdat er geen financiële verstrengeling is die verder gaat dan het delen van woonlasten en er geen concrete aanwijzingen zijn voor wederzijdse zorg.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat eiser geen recht heeft op de energietoeslag. Ook wordt de toepassing van de hardheidsclausule door eiser niet aanvaard, omdat geen bijzondere en dringende redenen zijn gesteld. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.