ECLI:NL:RBNNE:2026:348

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
LEE 25/2146
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 Wet mrbArt. 19, eerste lid, Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994Art. 67, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994Art. 68, eerste lid, onderdeel d, Wegenverkeerswet 1994Art. 5 Wet mrb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering verzuimboete motorrijtuigenbelasting wegens parkeren op groenstrook met defecte auto

Eiser was houder van een Ford Explorer waarvan het kenteken was geschorst van 25 augustus 2023 tot 25 augustus 2025. Op 17 juni 2024 werd de auto geparkeerd aangetroffen op een groenstrook die de rechtbank kwalificeert als openbare weg. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete op.

Eiser voerde aan dat de auto grotendeels op een afgesloten terrein stond en door gebreken niet op de openbare weg kon rijden. De rechtbank oordeelde dat parkeren op de groenstrook gebruik van de openbare weg is, ongeacht de rijvaardigheid van de auto, en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

De verzuimboete werd eveneens terecht opgelegd, omdat eiser geen pleitbaar standpunt aannam en niet aannemelijk maakte dat hij alle zorg had betracht om het verzuim te voorkomen. Wel achtte de rechtbank de hoogte van de boete niet passend en matigde deze tot € 100, mede vanwege de omstandigheden dat de auto grotendeels op een afgesloten terrein stond en het een eerste verzuim betrof.

De uitspraak op bezwaar werd vernietigd voor zover deze de boetebeschikking betrof, en de inspecteur werd verplicht het griffierecht aan eiser te vergoeden.

Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is terecht opgelegd, maar de verzuimboete wordt gematigd tot € 100.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/2146
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de inspecteur van Belastingdienst CAP/kantoor Apeldoorn, de inspecteur

(gemachtigde: [naam 1] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 13 juni 2025.
1.1.
De inspecteur heeft aan eiser een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting van € 2.069 opgelegd.
1.2.
Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur bij beschikking aan eiser een verzuimboete van € 1.034 opgelegd (de boetebeschikking).
1.3.
De inspecteur heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.4.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
Eiser heeft een nader stuk overgelegd.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [naam 2] en namens de inspecteur [naam 3] en [naam 4] .

Feiten

2. Eiser is van 24 augustus 2023 tot en met 29 augustus 2024 houder geweest van een Ford Explorer met het kenteken [kenteken] (de auto). Op verzoek van eiser is de geldigheid van het kenteken geschorst vanaf 25 augustus 2023 tot en met 25 augustus 2025. Op 17 juni 2024 is de auto door een controleur aangetroffen op een groenstrook langs de weg in Peize. De inspecteur heeft op 11 maart 2025 aan eiser aan naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd van € 2.069 voor het tijdvak 25 augustus 2023 tot en met 6 juli 2024 (de naheffingsaanslag). Ook heeft de inspecteur een verzuimboete van € 1.034 opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur de naheffingsaanslag en verzuimboete terecht en naar de juiste bedragen heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag opgelegd. De rechtbank is verder van oordeel dat de verzuimboete terecht is opgelegd, maar dat de hoogte van de verzuimboete niet passend en geboden is. De rechtbank zal de verzuimboete daarom verminderen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Standpunten partijen
5. Eiser stelt dat de naheffingsaanslag en de verzuimboete naar te hoge bedragen zijn opgelegd. Daartoe voert eiser aan dat de auto het grootste gedeelte van de periode waarover is nageheven op een afgesloten terrein heeft gestaan. Verder was het niet mogelijk om met de auto op de openbare weg te rijden als gevolg van diverse gebreken aan de auto.
6. De inspecteur heeft de stellingen van eiser gemotiveerd weersproken.
Naheffingsaanslag
7. De rechtbank overweegt als volgt. Aan het schorsen van een kenteken van een motorrijtuig zijn voorwaarden verbonden. Als niet aan alle voorwaarden is voldaan, kan de inspecteur een naheffingsaanslag opleggen. [1] Eén van de voorwaarden is dat met het motorrijtuig waarvan het kenteken is geschorst geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg. [2] Onder ‘weg’ wordt verstaan: elke voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande weg en elk zodanig pad, de in de weg of het pad liggende bruggen en duikers alsmede de tot de weg behorende paden en bermen of zijkanten. [3] Voor de beantwoording van de vraag of de groenstrook waarop de auto geparkeerd stond als een voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande weg moet worden aangemerkt, is beslissend of de deze groenstrook feitelijk voor het openbaar rijverkeer openstaat. Daarvoor zijn de feitelijke omstandigheden van belang, zoals of door de rechthebbende(n) wordt geduld dat het algemene rijverkeer gebruik maakt van de groenstrook. [4]
8. Naar het oordeel van de rechtbank kwalificeert de groenstrook als openbare weg omdat elke weggebruiker daarvan gebruik kan maken. Omdat de auto van eiser op de groenstrook geparkeerd stond, heeft eiser met de auto gebruik gemaakt van de openbare weg. Ook bij parkeren is sprake van het gebruikmaken van de openbare weg. [5] Dat de auto in verband met gebreken niet kon rijden is dus niet van belang. Omdat eiser de auto op de openbare weg heeft geparkeerd, terwijl de geldigheid van het kenteken van de auto op dat moment geschorst was, mocht de inspecteur motorrijtuigenbelasting naheffen. De na te heffen belasting wordt berekend over een tijdsduur van vier aansluitende tijdvakken van drie maanden met als laatste tijdvak dat waarin gebruik is gemaakt van de weg. [6] Dat eiser gedurende (een deel van) de periode waarover de naheffingsaanslag is opgelegd met de auto geen gebruik heeft gemaakt van de openbare weg, is niet van belang bij het bepalen van de hoogte van de naheffingsaanslag. [7] Uit het voorgaande volgt dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag heeft opgelegd.
Verzuimboete
9. De inspecteur kan een verzuimboete opleggen van 100% van de nageheven belasting met als maximumbedrag € 5.514. [8] Het opleggen van een verzuimboete moet achterwege blijven als sprake is van een pleitbaar standpunt of bij afwezigheid van alle schuld (avas). Er is sprake van avas als een belastingplichtige stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat hij alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verzuim niet zou worden begaan. Van avas is echter naar het oordeel van de rechtbank geen sprake, omdat niet aannemelijk is geworden dat eiser geen enkel verwijt kan worden gemaakt dat hij met de auto gebruik heeft gemaakt van op de openbare weg. Eiser had namelijk het gebruik van de weg kunnen voorkomen. Dat eiser zich van geen kwaad bewust was, is onvoldoende voor het aannemen van avas. Eiser heeft ook niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat sprake is van pleitbaar standpunt. De inspecteur heeft de verzuimboete daarom terecht opgelegd.
10. Met betrekking tot de hoogte van de verzuimboete, overweegt de rechtbank dat als beleidsmatig uitgangspunt heeft te gelden dat in dit soort gevallen een verzuimboete van 50% wordt opgelegd. [9] Dat neemt niet weg dat de rechtbank in het kader van de individuele straftoemeting gehouden is om, gelet op alle in aanmerking komende omstandigheden, te beoordelen of de opgelegde verzuimboete passend en geboden is. Daartoe behoort ook de omstandigheid dat de hoogte van de nageheven belasting in dit geval is komen vast te staan met toepassing van een berekeningsvoorschrift. [10] Dit betekent overigens niet zonder meer dat bij de berekening van de hoogte van de verzuimboete altijd moet worden uitgegaan van een lager bedrag aan niet-betaalde belasting dan het bedrag van de nageheven belasting. Indien vaststaat dat gedurende een periode geen gebruik van de openbare weg is gemaakt met een motorrijtuig waarvan het kenteken is geschorst, kan dit echter een omstandigheid zijn die een matiging van de verzuimboete rechtvaardigt. [11] Dit omdat in dergelijke situaties het berekenen van de verzuimboete over het volledige bedrag aan belasting kan leiden tot een wanverhouding tussen de ernst van het feit en de opgelegde verzuimboete. [12]
11. Eiser heeft ter zitting verklaard en toegelicht dat de auto maar enkele dagen op de groenstrook heeft gestaan. De inspecteur betwist dit en voert aan dat niet is komen vast te staan dat met de auto niet eerder gebruik is gemaakt van de weg. Mede gelet op de stukken die eiser heeft overgelegd, acht de rechtbank de verklaring van eiser geloofwaardig. Zo wordt zijn verklaring ondersteund door foto’s op verschillende data waarop te zien is dat de auto in een loods staat of op een afgezonderd terrein. Daarnaast heeft eiser een verklaring van [naam 5] van 28 januari 2025 overgelegd. Uit deze verklaring volgt dat de auto gedurende de hele schorsing in een loods of op het terrein van [naam 5] heeft gestaan. De rechtbank zal bij de straftoemeting dus rekening houden met het feit dat de naheffingsaanslag is vastgesteld met toepassing van een berekeningsvoorschrift.
12. Niet gebleken is dat eiser zich bij eerdere schorsingen niet aan de voorwaarden heeft gehouden. Daarmee is dus sprake van een eerste verzuim.
13. Al deze omstandigheden (11. en 12.) in aanmerking nemende, acht de rechtbank een matiging van de verzuimboete op zijn plaats. Alles overwegende, acht de rechtbank een boete van € 100 passend en geboden.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking.
15. Omdat het beroep gegrond is, moet de inspecteur het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
16. De rechtbank heeft geconstateerd dat in deze zaak € 194 griffierecht is geheven en betaald, terwijl dit € 53 had moeten zijn. De rechtbank heeft de griffie van de rechtbank daarom opdracht gegeven om het verschil van € 141 aan eiser terug te geven. Het restant van € 53 moet de inspecteur aan eiser vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking;
- vermindert de verzuimboete tot een bedrag van € 100;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 53 aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.S. Langius, rechter, in aanwezigheid van
mr. T.R. Bontsema, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 10 februari 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 35 Wet Pro mrb.
2.Artikel 19, eerste lid, Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet mrb), in samenhang met de artikelen 67, eerste lid en 68, eerste lid, onderdeel d, Wegenverkeerswet 1994.
3.Artikel 5 Wet Pro mrb.
4.Hoge Raad 11 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4801, r.o. 3.2.
6.Artikel 35, tweede lid, Wet mrb.
7.Hoge Raad 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:973, r.o. 3.3.3 en 3.3.4.
8.Artikel 35 en Pro 37 Wet mrb, in samenhang met artikel 67c Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst 2024).
9.Paragraaf 34 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.
10.Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:483, r.o. 5.10.2 en 5.10.3.
11.Zie ook gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6458, r.o. 4.20 onder verwijzing naar Hoge Raad 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:973.
12.Zie wederom gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6458.