ECLI:NL:HR:2007:BA4801
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over motorrijtuigenbelasting en toegang tot particuliere wegen
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor het tijdvak 30 april 2002 tot en met 29 april 2003. De Inspecteur handhaafde deze aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het geschil draaide om de vraag of het terrein aangeduid met bordjes 'EIGEN WEG' en in particuliere eigendom, feitelijk als een voor het openbaar rijverkeer openstaande weg moet worden beschouwd in de zin van artikel 5 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. Het Hof oordeelde dat dit niet het geval was, mede omdat toegang alleen mogelijk zou zijn met stilzwijgende toestemming van de terreinhouders.
De Hoge Raad stelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde indien het uitging van het standpunt dat een particulier terrein vanwege eigendom per definitie geen openbare weg kan zijn. De Hoge Raad benadrukt dat beslissend is of het terrein feitelijk openstaat voor het openbaar verkeer, waarbij gedogen door de rechthebbenden van algemeen verkeer van belang is.
Omdat het Hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom toegang slechts voor bezoekers met toestemming mogelijk zou zijn, vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De Hoge Raad acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling over de status van het terrein als openbare weg.