Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoeker], uit Harkema, verzoeker
Veenstra-Kiers vof Timmerwerken,uit Harkema (vergunninghoudster)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
“een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.”Met het college is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bijgebouw wat betreft de uiterlijke verschijningsvorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en daarmee zodoende ook architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Dat het bijgebouw mede zal worden gebruik voor een bad- en slaapkamer doet daar niet aan af. [5]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: wet- en regelgeving
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;